sluiten
› Algemeen › Historie
PromofilmBekijk de promofilm

Overzicht van kampen door de jaren heen

Het Nationaal Kamp Hattem vanaf 1957...

2017 Mollenvangers op Molecaten
2016 Hattamabad, in Oosterse sfeeren
2015 De legende van de Fairy Banner, McMuffins en McEvils
2014 Het Mysterie van Hattemsom City
2013 La Destino di San Creco
2012 Hattime, waar de tijd een stukje verder terug gaat
2011 Foe-Yong-Hattem, de gestolen lampionnen van Sun, Naht en Lehm
2010 Afrika, over oerwouden en bijgeluiden
2009 Het Gekroonde Goud - Misera in Santa Crocka
2008 Herrie in de Hanze. Een avontuur van Teil Buyhtenspieghel
2007 Robbie Hoedt Truffels & Flierefluiters.
2006 De verdwenen parels van Isla Hattumbia
2005 Droop de Druïde
2004 De Bronzen Emmer
2003 Bart Boursin & De Smoezelige Smokkelaars
2002 De Legende van Rixt van het Oerd
2001 Even een jaartje niet...
2000 De HamCa's - Indianen uit de Indes
1999 El Bisquit, De Blauwe Berber
1998 Soesah op Java
1997 Cotton, the backbone of Sand Creek Silver
1996 Het verraed van de Dikke Tinne... Anno Domino 1580
1995 Het rijk der fabelen: Over Reuzen en andere Lapzwansen
1994 De lotgevallen van Olivier Zeepkist
1993 In de ban van de Kring
1992 Ai den Eenoger, Kaperkapitein
1991 De verdwenen tempel van Farao Toethaspel III
1990 Het mysterie van Clay Pit
1989 Igor, de afzichtelijke, Tsaar aller Russen
1988 De erfenis van Uncle Sam
1987 De Watergeuzen
1986 De Grieken Parthoklos, beschermeling van Pallas Hatema
1985 De zeven geheimen van Sando-Kre-Ko-Sama
1984 De Vikingen
1983 Wilhelm Tell
1982 Tokus de Scharensliep
1981 De Rode Pimpernel
1980 De Romeinen
1979 Trans Terristisch Centrum
1978 Heer Nagel van Nagelholt
1977 Het geheim van de Oude Goudzoeker
1976 M.A.G.
1975 In d'Olde Molen
1974 Stropers en Boswachters
1973 De Verschrikkelijke Sneeuwman
1972 Olympische woestijnspelen
1971 Bosvarkens
1970 Gilden
1969 Gasbel Saloon
1968 De Rode Pimpernel
1967 Graaf Floris
1966 Verenigde Naties
1965 Van Gend en Loos
1964 Granman Aboikoni
1963 Ridder Gijsbrecht
1962 Kaap Karnaval
1961 Ali Si An Kali
1960 Prof. Robinson
1959 Monus de Maanman
1958 Kakau-indianen
1957 Bosambo-expeditie

Beluister hier ook de zelf geschreven Titelsongs van de afgelopen jaren


2017 Mollenvangers op Molecaten

Hattem – 1857. De watermolen van Hattem-Molencaten lijkt een normaal bouwwerk, maar er wordt verteld dat er goudsnippers gemalen kunnen worden. Dit kan alleen als de Gouden Molensteen in de watermolen geplaatst wordt. Die Gouden Molensteen is lang geleden in stukken gehakt, omdat de toenmalige molenaar misbruik maakte van die steen en er vandoor ging met heel veel goudsnippers.

facebook_foto_3_300Molenaar Derk, de huidige molenaar, heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en draagt al zijn bezittingen over aan zijn nichtje Annemarie (Antje). Zijn knecht Bart Boursin, een jongeman uit Noord-Frankrijk, zal Antje moeten inlichten en met haar naar Baron van Heeckeren gaan om de overdrachtspapieren op te halen. Wanneer Bart onderweg is wordt hij bruut overvallen door het struikroversduo Ludwig en Louise. Zijn stelen zijn geld. Maar nog veel belangrijker: zij stelen ook het boek met daarin het verhaal van De Legende van De Mallemolen. Ludwig en Louise smeden een gemeen plan en doen alsof er een vreselijke mollenplaag heerst op Landgoed Molencaten. Ze vertellen de Baron dat iedereen  - op last van de overheid - Landgoed Molencaten moet verlaten. Ludwig en Louise richten Huis Molencaten in als hoofdkantoor van mollenvangersbedrijf Ruimt Lekker Op. Tevens roepen ze de Bosplisie in het leven: iedereen eruit, niemand er meer in!
Zo hebben ze vrij spel om op zoek te gaan naar de Gouden Molensteen.

facebook_foto_2_300

Ondertussen is Bart bij Antje aangekomen in de haven van Hattem en hij vertelt haar het verhaal. Dit probleem moet worden opgelost. Zo snel mogelijk. Stel je voor dat Ludwig en Louise de Gouden Molensteen in handen krijgen. Dat is een ramp voor de watermolen, een ramp voor Landgoed Molencaten en een ramp voor heel Nederland! 
facebook_foto_7_300
Ze roepen het GSM (het Gilde van Stoere Molenaars) op om naar Hattem te komen. We moeten Ludwig en Louise een lesje leren. En de watermolen van Hattem-Molencaten moet weer normaal gaan draaien. Antje moet de nieuwe eigenaresse worden...
werewolfhowl
En dan was er nog iets met Kladdegat. De Legende vertelt dat de molenaar die er met de goudsnippers vandoor ging veranderde in een soort angstaanjagend beest: Kladdegat. ’s Nachts, wanneer de mensen slapen, dwaalt hij rond in de omgeving van Hattem. Het gehuil van het beest is dan goed te horen en dringt door tot in je slaapzak. Brrrrrr!



De komende weken zal er regelmatig een korte teaser te zien zijn op onze website en op onze Facebookpagina.




naar boven

2016 Hattamabad, in Oosterse sfeeren

hattamabad1

We tellen het jaar 880, de sultan Ali-Boe-Boe regeert in Hattamabad, een kleine stad halverwege de Zijderoute tussen Baghdad en China. De handel op de grote markt bloeit en groeit, mensen en producten van over de hele wereld kun je er vinden. De stad is rijk en welvarend. Zelfs voor de Sloebers, de minderbedeelden op straat, wordt goed gezorgd. 

Op een dag roept de sultan grootvizier Bin-Shniki bij zich. Hij vertelt haar dat hij op een lange reis gaat naar een ver land. In de tussentijd moet Bin-shniki op de winkel passen. Ali-Boe-Boe stapt op zijn tapijt en vliegt weg, de grootvizier en haar hulpje Suffi zwaaien hem uit. Onmiddelijk beginnen ze met het maken van snode plannen om zelf de macht over te nemen, niet gehinderd door die brave sultan!

Als de marktkoopvrouw Neefar enige tijd later aankomt op de markt in Hattamabad blijkt al snel wat die boze plannen inhouden. Alle klanten worden door de wachters weggejaagd van haar kraampje, zelfs haar koopwaar wodt in beslag genomen. Er mag alleen maar gekocht worden bij de kramen van de grootvizier. Die heeft alle handel helemaal overgenomen.

hattamabad2Dan stuit Neefar op Sadiq, een lokale sloeber. Hij laat haar in zijn magische spiegel zien wat er aan de hand is. Alle sloebers van de stad, de vienden van Sadiq, zijn gevangen genomen in de woestijn. Ze moeten als slaven werken voor de Grootvizier en Suffi. De spullen worden met dikke winst verkocht op de markt. Sadiq is wonderwel uit hun handen weten te blijven...

Samen gaan ze op onderzoek uit in de woestijn om de sloebers te zoeken. Daar ontdekken ze dat met de winst een groot juweel, de Blinkende Bonk moet worden gekocht. Ook vinden ze de plannen van een mysterieus apparaat, de Rode Reus. De twee worden ontdekt door Suffi. Neefar kan ontkomen, Sadiq wordt wel gesnapt.

Terug in de stad krijgt de eenzame Neefar advies van de Fakir: "Vraag hulp". Dat doet ze. Alle sloebers uit het hele oosten vraagt ze om naar Hattamabad te komen. Om te helpen de Sloebers weer te bevrijden, haar handel weer terug te krijgen en de gemene grootvizier een lesje te leren!




naar boven

2015 De legende van de Fairy Banner, McMuffins en McEvils

Schotland, 1256

In Santcork Castle regeert de McMuffin-clan over het rijk Hattemmoor. Op de poort wappert fier de
Fairy Banner met daarop vijf symbolen. Zolang dit grote Banier op het kasteel hangt is er vrede en
voorspoed in het land. Als hij in verkeerde handen valt echter...

De oude Duncan McMuffin voelt zijn kracht afnemen en draagt de macht over aan zijn dochter, Lassie.
De oude heerser, Duncan, moet dan de Banier strijken. Als Lassie deze de volgende dag 
weer hijst is zij de nieuwe Lady van Hattemmoor.

Maar het loopt mis.

Die nacht stelen de pestkoppen van de streek, Edna en Evelyn McEvil de banier uit het kasteel. De
jaloerse tweeling wil zelf de baas worden in Hattemmoor. In ieder geval de baas over Lassie. Met
hun grijpgrage handen zitten ze aan de vlag. Tot hun verbazing verdwijnt een van de symbolen,
het Kasteel! Ondertussen begint op Santcork Castle alles te schudden en te beven, het echte
kasteel verzakt en stort in!
De McEvils brengen de vlag naar Lenny met het Luie Oog, de Schot in de Roos. Hij bazelt slechts cryptische raadsels.
Wat wil die rare snuiter eigenlijk?
Lassie en Duncan zijn te einde raad. Hun rijk brokkelt letterlijk af en zonder de Banier kunnen ze er niets aan doen. De bard Zac Doodle staat hen gelukkig bij. Hij is niet alleen; Zac roept alle Clans van Schotland naar Hattemmoor om te helpen.
Met vereende krachten moeten de Clans de vlag heroveren op de McEvils en de symbolen weer herstellen. Ze moeten hoe dan ook de vrede terug brengen in Hattemmoor! Met of zonder Banier.

2015

 




naar boven

2014 Het Mysterie van Hattemsom City

Canada. In het Yukon Territorium ligt het kleine stadje Hattemson City. Daar wordt op een koude novemberdag in 1896 goud gevonden. Vanaf dat moment is Hattemson City wereldnieuws. Uit alle windstreken komen goudzoekers hun geluk beproeven.

Zo ook onze held van het verhaal: John Delver. Hij maakt kennis met Sandy Glitter, de uitbaatster van de bekendste Saloon van Hattemson City. Sandy informeert John over de ontstane situatie in Hattemson City. Ze wenst John succes, maar waarschuwt hem voor Major Goldsoul, dé baas van de stad...

John meldt zich bij Major Goldsoul. Dat Golsoul de baas is wordt snel duidelijk. Major Goldsoul wil SIR Goldsoul genoemd worden. Niks geen Major. Hij heeft niets met rangen en standen. Hij is de baas. Klaar!

2014

John huurt een stuk grond (een claim) en mag nu net als alle anderen lekker gaan zoeken naar goud.

Al snel blijkt dat er iets niet pluis is in Hattemson City. Wanneer John Delver goud heeft gevonden wordt hij hardhandig van zijn claim gegooid door goudzoekers met een gouden streep op hun gezicht. Wat vreemd! Wanneer hij hierover gaat klagen bij Sir Goldsoul wordt hij niet gehoord. Niet zeuren, maar geld inleveren...

Uiteindelijk blijkt dat de bijzondere Profi Soapy en Sir Goldsoul een gemeen plan bedacht hebben om veel geld te verdienen en vooral anderen armer te maken. Dat mag natuurlijk nooit gebeuren.

Wanneer John Delver vervolgens ook nog eens in het gevang belandt moet hulp worden ingeschakeld. Sandy Glitter en John Delver roepen de hulp in van alle gelukszoekers van Canada. Kom alsjeblieft naar Hattemson City! 




naar boven

2013 La Destino di San Creco

Wat ging er aan het Kampverhaal vooraf:

HATEMO, SICILIË -1926 -

Pepe Roni, de Italiaanse kok en eigenaar van Risorante Di SanCreco, vliegt rond in de keuken, bakt bodems in de steenoven en topt zijn befaamde pizza’s. Hij heeft het helemaal naar zijn zin. Hij fluit, zingt, gooit flamboyant met de ingrediënten. Koken is zijn lust en zijn leven.

Neef Marco Roni komt de bestellingen ophalen om ze naar de klanten te brengen. Onhandig genoeg gooit hij potje kruiden om. Pepe stuift op. “Idiote! Dat is het geheime ingrediënt voor de Pizza Speciale van morgen! Ssst!” Hij stuurt Marco de keuken weer uit.

Dan heeft hij zelf ook een belangrijke mededeling! Morgen krijgen alle klanten de primeur om zijn Pizza Speciale te proeven, de pizza waarmee hij een gooi naar een heuse ster van het Italiaans Culinair Agentschap gaat doen! Kom morgen allemaal!

De dag loopt op zijn eind. De gasten zijn weg en Pepe en Marco zijgen moe bij di Mama neer. Het is een goede dag geweest, maar Marco heeft heel de dag aan Bella moeten denken. Die wil helaas niets van hem weten. Mama Roni neemt hem op schoot in de schommelstoel en spoort hem aan langs te gaan en te vertellen wat hij voor haar voelt. Morgen gaat hij dat doen!

pepe

De volgende ochtend. Don Scorrimorri, hoofd van de Scorrimorri familie, heeft voor zijn dochter een nieuwe jurk gekocht. Maar ze is er niet zo tevreden mee, hij is te lichtroze. En ze heeft ook al niet de ketting gehad die erbij hoort. Verschrikkelijk. Ze gooit en smijt met alles binnen handbereik en gilt het hele dorp bij elkaar. Ze krijgt ook nooit wat ze wil. De Don weet niet meer wat hij met zijn oogappel aan moet.

Buiten voor de deur hangt de Scorrimorri-bende rond. Marco schuifelt verlegen dichterbij met zijn dikke bos rozen en het flesje vino. Onmiddellijk springt Capo Emilio op, de kapitein van de troep. Wat moet dat hier? Opzouten! Bella? Pfe! Die is veel te goed voor jou. Kom maar hier met die rozen. En nou wegwezen. Marco taait af. Dan komt Don Scorrimorri gefrustreerd en wanhopig naar buiten. Hij dept zijn voorhoofd met een zakdoekje. Zijn kleine Bella, wat een temperament. Precies haar moeder.

Dan komt de Capo op hem af. De Capo brengt verslag uit. Die sullige ober van de buren was hier. Smoes smoes, Pizza Speciale, smoes smoes, niet goed, eigen restaurant, ster, grote geldprijs, succes! Saboteren. Aan het werk Emilio!

De Don gaat weg en Bella komt naar buiten. De boeven springen op, beginnen te fluiten, te roepen en te flirten met Bella. Capo Emilio sist. “Silencio!” en het wordt onmiddellijk stil. Dan schuifelt hij richting Bella: “Mia Bella, ik heb een prachtig bosje bloemen voor jou.” Hij overhandigt de rozen aan Bella. Zwijmel zwijmel, slijm, slijm. Bella speelt hard to get. Gekrenkt blijft de Capo achter en kijkt de weglopende Bella na. Dan komt er een even slecht als geniaal plan in hem naar boven.

Op slinkse wijze weten de Scorrimorri’s de speciale ingrediënten van Pepe te krijgen en zo heeft niet Pepe, maar de Scorrimorri’s de primeur van de Pizza Speciale. Wat moeten ze nu doen? In Ristorante di SanCreco komen geen mensen meer, terwijl het bij de buren propvol zit. En dat is niet op een eerlijke manier gegaan.

Pepe, Marco en di Mama roepen alle pizzabakkers uit de omgeving op om te komen helpen…

 




naar boven

2012 Hattime, waar de tijd een stukje verder terug gaat

Wat ging er aan het Kampverhaal vooraf... De tijd. Voor een ieder van ons een zeer vanzelfsprekend begrip. De tijd hebben, geen tijd te verliezen, tijd is geld, op tijd zijn, je tijd uitzingen en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Met vrijwel alles wat we doen hebben we met tijd te maken. Tijd is dan ook iets wat strak geregeld moet worden. De plek waar dat gebeurt is Hattime. Het dorpje Hattime is ook een beetje een vreemd dorpje. Alles staat in het teken van de tijd. Zo heb je het huis van maandag en dinsdag en het huis van de zomertijd en ook van de wintertijd. Ieder huis ziet eruit als een klok in allerlei formaten en vormen. Er hangen trouwens overal klokken, misschien wel duizend. Midden op het plein staat de Klok der Klokken: Comtoise. Deze klok geeft de basistijd aan en zorgt ervoor dat alle klokken even snel blijven lopen: De Moederklok. Beheerder van de Moederklok is Vadertje Tijd, Monsieur Pendule. Daarbij wordt hij geholpen door zijn leerling Merlijn d'Orloge. Merlijn heeft daarbij de belangrijkste taak in Hattime, de taak die voor heel de wereld van belang is, het opwinden van de moederklok. En zo gaat het al jaren vredig in kalm in het epicentrum van de tijd: Hattime. Tot op die éne ochtend. Er is "iets" vreselijk mis met de tijd! Vlug snelt Orloge naar het grote klokkenhuis van Monsieur Pendule. Buiten aanschouwen Monsieur Pendule en Orloge al dat er iets ernstig mis is. Zo valt op dat de Tijdroeper helemaal de weg kwijt is. Zo roept hij dat het in Amsterdam 6:00 uur is en in Rotterdam is het volgens hem 10:00 uur. Pas als Monsieur Pendule en Orloge de moederklok willen openmaken zien zij dat het slot kapot is, en de deur op een kiertje staat!! Monsieur Pendule weet dan nog veel beter dan Orloge hoe groot het probleem is. In de klok zelf is niets te vinden maar ze komen er achter dat er vannacht twee vreemde figuren de klok in zijn gegaan. Monsieur Pendule neemt d'Orloge even apart en verteld haard dat de Moederklok in werkelijkheid een tijdmachine. Al jaren wordt de functie: tijdmachine van Comtoise, niet meer gebruikt. Maar hier kan natuurlijk misbruik van worden gemaakt dus dat moet snel worden verhinderd. Pendule geeft Merlijn d'Horloge de opdracht om met de tijdmachine naar deze ochtend te gaan om te kijken wat die rare personen aan het doen waren. Echter blijkt er iets goed mis te zijn met de tijdmachine want Merlijn d'Horloge komt niet uit bij deze morgen, maar in de Middeleeuwen. Waar zij verwisseld lijkt te worden met de druïde Radmar Radmarszoon. In Hattime komt deze vreemde druide namelijk opeens tevoorschijn als Merlijn weg is. Dan komt er een "meneer" aangelopen en vraagt naar Monsieur Pendule. Dat ben ik , zegt Monsieur Pendule. Met wie heb ik het genoegen? Ik ben notaris, van notaris kantoor Jansen, Jansen, Jansen en zonen. Ik heb hier een brief die al meer dan 1400 jaar bij ons kantoor in de kluis ligt. Ik moest deze brief precies op dit tijdstip en precies op deze datum, precies hier afleveren. Als u hier even voor ontvangst wil tekenen? Dit blijkt een brief van d'Horloge waarin ze uitlegd wat er volgens haar is gebeurd, vanuit de middeleeuwen! Ze weet ook te vertellen dat de twee personen de krant van de dag er op moesten ophalen om met de voorspelde uitslag van de Toto heel veel geld te kunnen verdienen. Pendule beseft zich dat hij deze problemen zelf niet op kan lossen, zelfs niet met Radmar die magische krachten blijkt te hebben door in het verleden te kunnen kijken. Samen met Radmar gaat hij in de geschiedenis op zoek naar sterke en dappere volken uit de geschiedenis en stuurt de kampstaf met de tijdmachine op weg om deze uit te nodigen.


naar boven

2011 Foe-Yong-Hattem, de gestolen lampionnen van Sun, Naht en Lehm

Wat ging er aan het Kampverhaal vooraf? Onze wereldbol bestaat uit verschillende continenten. een van die continenten is het werelddeel Azië. In het Oosten van het werelddeel Azië ligt het land China. Het op vier na grootste land ter wereld qua oppervlakte. De officiële landstaal is Mandarijn en het heeft meer dan 1,3 miljard inwoners. De hoofdstad is Peking. Daarnaast heeft China verschillende dorpjes.  Één van die dorpjes is Foe-Yong-Hattem. Het dorp dat bekend staat om zijn diverse lampionnen. Noem een kleur en in Foe-Yong-Hattem is een lampion te vinden in die kleur. Noem een vorm, en jawel, in het kleurrijke dorpje vindt u een lampion in die vorm. Maar, de belangrijkste lampionnen zijn de lampionnen van Sun, Naht en Lehm. Sun staat voor licht, Naht staat voor Water en Lehm staat voor vruchtbare grond. Precies! Exact de drie elementen die nodig zijn om een rijstplantje goed te laten groeien. Deze drie lampionnen hangen standaard boven het dorpsplein. Mooie rode lampionnen. De inwoners van Foe-Yong-Hattem zijn er allemaal van overtuigd dat de ongekend goede oogsten van het dorp te danken zijn aan deze drie lampionnen. Ze zouden absoluut niet zonder kunnen en willen. Op een dag slaat het noodlot toe. De lampionnen worden gestolen door de boze buren uit Lijst-Te-Kolt. Het dorp heeft hongersnood en denkt de oplossing te hebben gevonden in het stelen van de lampionnen Sun, Naht en Lehm. Tot overmaat van ramp nemen de soldaten van Chang, de persoonlijke beveiliger van dorpshoofd Me-Neel-Moppel, ook nog de beeldschone Meying mee. Meying is de vriendin van Cheung, een knappe jongeman en inwoner van Foe-Yong-Hattem. In een klap heeft Cheung twee problemen. Zijn vriendin is ontvoerd en zijn dorp is de belangrijkste lampionnen kwijt! Meerdere pogingen om de lampionnen terug te halen mislukken. Inmiddels hebben Chang en Me-Neel-Moppel hun eisen op tafel gelegd. Ze willen lid worden van Het Verdrag der Rijstdorpen. Een verdrag dat ooit in het leven is geroepen om eventuele dorpen in hongersnood te helpen. De eis kan niet ingewilligd worden, men is bang dat het de ondergang zal worden voor het verdrag. Hoe gaat Cheung dit oplossen? Misschien dat de rijstdorpen uit het verdrag willen komen helpen?




naar boven

2010 Afrika, over oerwouden en bijgeluiden

Hattem, omstreeks 1810 – Het Nederlandsche Koopvaardijschip ‘De Sandkreeck’ vaart uit voor een lange reis richting Afrika, het werelddeel met onbegrensde mogelijkheden op het gebied van nieuwe grondstoffen. Wat er precies aan boord wordt geladen is niet zeker, maar het schijnt dat het schip een geheime lading bij zich draagt in de vorm van twee bijzondere kisten.

Na een zware storm voor de Afrikaanse kust wordt echter niets meer van ‘De Sandkreeck’ vernomen en het lijkt alsof de het schip met bemanning én geheime lading, de diepte van de zee is in gesleurd…

Hattem, november 1909 – Op het strand spoelt een vreemde fles aan die door een paar kinderen wordt gevonden, in de fles lijkt een briefje te zitten… Op het kantoor van professor Doktor Simon Sonderlingh komt een koerier de fles brengen. Als blijkt dat er een manuscript in de fles zit dat erg oud lijkt, is de professor direct een en al aandacht. Er is weinig te lezen. Toch ziet Sonderlingh voor hem belangrijke woorden: “Sandkreeck” ”Zware storm” “Schipbreuk” “enkele overlevenden” “laatste coördinaten”.
De coördinaten noemen een plek in het bosgebied nabij de Afrikaanse kust.
Professor Doktor Sonderlingh en zijn drie assistenten gaan op expeditie naar Afrika. Na enige tijd lijkt het er op dat er inderdaad wrakstukken gevonden worden van ‘De Sandkreeck’. Dan, uit het niets, worden de professor Doktor en de expeditieleden omsingeld door vreemd uitgedoste mensen met vreemde maskers en nog vreemdere kleding en speren. Sonderlingh en zijn gevolg worden gevangen genomen en aan een grote stok gebonden.
En dan… Hangend aan de stok zien ze ….,half verscholen achter grote bomen… daar steekt de boeg van ‘De Sandkreeck’ uit de grond!!!! En, en,.. enkele meters verderop zien ze een deel van de kajuit! Achter, op en voor het schip zijn enkele huisjes gebouwd. Het lijkt er op alsof er een dorp rond de wrakstukken van ‘De Sandkreeck’ is gebouwd.

Er komt een vreemd uitgedoste persoon op de expeditie leden af en commandeert dat professor Doktor Sonderlingh mee moet komen. In een klein hutje krijgt de professor Doktor het nu toch echt benauwd.
Dan begint “Het opperhoofd” in vloeibaar Nederlands de professor Doktor te ondervragen. Nadat is gebleken dat men met goede bedoelingen is gekomen stelt “Het opperhoofd” zich voor als ‘Kapitein’, een nakomeling van de kapitein van ‘De Sandkreeck’ De andere expeditieleden worden hartelijk begroet door de dorpsbewoners die al die tijd stiekem verscholen toe hadden gekeken.
Dan klinkt een vreemde stem achter de groep mensen. ‘Wat moet dat hier?!’ Verschrikt kijken professor Doktor Sonderlingh en de expeditieleden achterom. Een enorme aap staat voor hun neus. Om zijn nek draagt de aap een bijzonder medaillon.
‘Wees niet bang,’ zegt een dorpsbewoner. ‘Dit is Hatembi. Om zijn nek hangt het ‘Medaillon Der Wijsheden’. Daardoor kan hij praten en kan hij net als de mensen in Sandkreeck leven. Hatembi is wat achterdochtig, maar dat trekt wel bij hoor!’ Professor Doktor Sonderlingh en zijn gevolg staan bijna letterlijk met hun ogen te knipperen en oren te klapperen. Een grote sprekende mensaap? Medaillon Der Wijsheden? Wat is dit allemaal? Hatembi blijkt inderdaad een uitermate slimme mensaap te zijn. Hij legt uit dat er ergens op het eiland nog een Medaillon Der Wijsheden moet zijn. Er waren immers twee kisten aan boord!! Deze is precies én identiek gelijk aan het medaillon van Hatembi. ‘Echter wanneer deze medaillons bij elkaar komen zal het kwaad geschieden. Rijkdom voor de vinder, maar…’ Dan zwijgt Hatembi. ‘Wij weten het ook niet’, zegt de dorpsbewoner. Daarom laten we het maar zo. We zijn gewend aan Hatembi en we kunnen hem altijd en overal om hulp vragen.
De professor Doktor besluit de expeditie te beëindigen. Al dit moois moet blijven zoals het is en ‘die boze buitenwereld’ hoeft hier inderdaad niets van te weten. Daar kan namelijk alleen maar narigheid van komen. De Hollandse expeditie neemt afscheid van de bewoners van Sandkreeck en Hatembi en willen terug keren naar Nederland.
De broer Tjoris en Jan-Pier hebben echter heel andere plannen met de junglebewoners en de mensaap Hatembi. ‘Die aap kan ons veel geld opleveren, het is een ware kermisattractie! En die medaillons… als wij die nou eens te pakken zouden krijgen. Als we nu eens…’

In het jungledorp Sandkreeck heerst paniek. Hatembi is verdwenen! Wat nu? Dan zien de dorpsbewoners een grote kooi op het dorpsplein. Op het dorpsplein staan de broers. ‘Luister!’ roept een van hen wanneer de dorpsbewoners zich hebben verzameld op het dorpsplein. ‘Vanaf vandaag zijn wij hier de baas. We doen niet moeilijk zolang jullie ook niet moeilijk doen! Wij willen gewoon die twee medaillons hebben en die gekke aap nemen we mee naar Nederland! Verder zijn we op zoek naar de inhoud van de twee kisten! Probeer geen gekke dingen uit halen, want wij hebben jullie Kapitein even ‘geleend’. Als jullie hem in zijn geheel terug willen zien doen jullie precies wat wij zeggen!’
Oei! Wat nu? De dorpsbewoners weten niet wat ze moeten doen. Gelukkig heeft een van hen een idee. We moeten professor Doktor Sonderlingh om hulp vragen!
In Nederland komt bij Korneel, de derde broer en assistent van professor Doktor Sonderlingh een telegram aan met de hulproep. Hij besluit hulp in te roepen vanuit heel Nederland om de problemen in het dorp op te gaan lossen.




Op 30 April kwam de koningin dit jaar naar Middelburg en Wemeldinge. Tijdens de optocht heeft CBS De Hoeksteen, uit Wemeldinge, als praalwagen het decor van dit kamp, een VOC schip, nagebouwd. De kinderen lopen in hun kampkleding mee.

naar boven

2009 Het Gekroonde Goud - Misera in Santa Crocka

Mexico 1819 – Midden tussen de kale woestijnen en grote cactussen van de Sierra Hatemas ligt de vredige pueblo Santa Croca. Het dorpje is niet meer dan wat op elkaar gestapelde huizen en één kleine Caso.
De Caso is dan ook het economische en sociale centrum van de stad. Madre Mia verkoopt er haar befaamde maiskoeken en schenkt er Tequila. Het gezellige, rommelige winkeltje is dan ook altijd druk met dorpsgenoten die hun boodschappen halen en even blijven hangen voor een praatje.
De sfeer is gemoedelijk en met de ‘boze’ buitenwereld willen ze niet teveel te maken hebben. Gringos brengen tenslotte enkel problemas met zich mee. De bevolking leeft van het verbouwen van mais en het bakken en beschilderen van heus Hatemas aardewerk en zijn tevreden met de opbrengst van de verkoop.

Waneer de bank op klaarlichte dag wordt overvallen door drie bandito’s veren de dorpsbewoners op. De overvallers vluchten weg met hun buit en wanneer ze vervolgens in de Siera Hatemas worden achtervolgd door de Mexicaanse burgerwacht verstoppen ze de gestolen goudstaven en tekenen de verstopplaatsen in op een kaart. Wanneer de kaart tijdens hun vluchtpoging uit handen geschoten wordt wappert deze met de wind mee richting Santa Croca, waar hij neerkomt in de buurt van het dorp.
Van de overvallers is vervolgens niets meer vernomen…

Mexico 1829 – De roerige tijden in Mexico zijn voorbij. Na jaren van oorlog en strijd is het land onafhankelijk geworden en werd een nieuwe grondwet aangenomen waarmee Mexico dus een republiek werd. De eerste president was Guadalupe Victoria, die onder andere de slavernij afschafte. Ook in Santa Croca is de rust weergekeerd.

Wanneer twee jongemannen uit Santa Croca, Donagrande en Ronaldo genaamd, op een middag een goudstaaf vinden is de rust voorbij. Vooral wanneer de overvallers van jaren geleden in het dorp terugkeren en ook een goudstaaf vinden.
Dan komt het bericht van de Mexicaanse overheid. Degene die op 12 juni om 19.00 uur de meeste goudstaven heeft gevonden krijgt de volledige zeggenschap, heerschappij en leiding over de gehele Sierra Hatemas, inclusief de pueblo’s die gelegen zijn in de Sierra.
De bandito’s bedreigen vervolgens de dorpsbewoners van Santa Croca en vertellen de Mexicanen dat ze terug zullen komen met hun hele bende, de meest verschrikkelijke rovers van Mexico… én omstreken! ‘Over een paar maanden is het hele dorp van hen!’
Ronaldo en Donagrande vragen daarna om advies bij Madre Mia en zij besluiten dat ze hulp moeten gaan halen bij de omliggende pueblo’s.

Zo gezegd zo gedaan gaan de mannen op pad…


Weer terug van weggeweest neemt Nieuwegein weer deel aan het Nationaal Kamp.
Voor het opstarten van het volgende kamp nemen Cor Spek, stichtingsvoorzitter,
en Joop Kroon, oprichter, definitief afscheid als kampstaf.

naar boven

2008 Herrie in de Hanze. Een avontuur van Teil Buyhtenspieghel

HATTEMWEVER - Handelscentrum voor de wolindustrie, lakenstad van Vlaanderen - AD 1620.
Aan het hoofd van deze vredige gemeenschap staat burgemeester Dombertus Duurkoop. Samen met gemeentesecretaris Ir. Dodo Stilleman, een afgekeurd technisch ingenieur, voert hij het bewind over de stad. De burgemeester heeft daarbij zo zijn eigen plannen: hij dwingt de bevolking en met name de kinderen tot arbeid in zijn Factorij 'De zandklosserij' voor zijn eigen gewin.

Samen met de huishoudster van burgervader, Lieveke Zemelaar, bindt Teil Buyhtenspiegel, avonturier en kwajongen uit Damme, de strijd aan tegen de uitbuitende kinderarbeid. De Zandklosserij en daarmee ook de opbrengst van de wolproductie (de lakenverkoop) moet weer in handen komen van de Hattemweverianen.
Zij bevrijden als eerste Punnik Kraal ('mannetje Punnik' zoals Teil hem noemt) uit de Factorij. De werkelijkheid blijkt echter weerbarstig.


In de woonkeuken van Lieveke besluiten de drie gezamelijk een Hanze op te richten waar alle plaatsen aan deelnemen. Alle breiers, hakers, wevers, kantklossers, twijners en torsers, stikkers, borduurders, plooiers (rimpelaars) en vlechters uit het hele land moeten daarom in juni 2008 naar Hattemwever komen om aan de kinderarbeid een einde te maken en de boze burgemeester te 'ontheersen'.

Teil gaat op pad, en alle deelnemende plaatsen gaan het Hanzeverbond aan en tekenen den Oorkhonde daadwerkelijk ende gezwind.



Een zeer enthousiaste vrijwilliger en bestuurslid kon dit kamp helaas zelf niet meer meemaken. Annet Kroon (59), de vrouw van Joop Kroon (oprichter van het Nationaal Kamp), kwam op 12 februari tijdens hun vakantie in Zuid Afrika om bij een auto ongeluk.

naar boven

2007 Robbie Hoedt Truffels & Flierefluiters.

Op een goede, of beter, kwade dag in het jaar 1207 moet Koning Richard Leeuwenmoed voor langere tijd het land uit vanwege de Derde Kruistocht. Tijdens een afscheidsplechtigheid overhandigt Leeuwenmoed de 'Powerstrip' of wel 'De Sjerp van de Macht' aan zijn glibberige broer. Dit betekent dat Jan Zondertand als tijdelijke vervanger van Koning Leeuwenmoed alle taken van zijn broer moet overnemen.

Leeuwenmoed is er niet gerust op en voor zijn vertrek drukt hij zijn half-broer nadrukkelijk op het hart om goed voor het volk te zorgen. Tevens dringt hij er op aan om vooral goed op Hop Marianneke te passen, zijn pleegdochter. Met gekruiste vingers belooft Jan Zondertand zijn uiterste best te doen: Vanssselfsssssprekend broer! Ik beloof het.....NOT!

Jan Zondertand zwaait de Koning en zijn gevolg uit en zodra deze uit het zicht zijn verdwenen begint een zwarte periode voor Santcrockham en omgeving: Samen met zijn handlanger, de Sherrif van Santcrockham, voert hij een waar schrikbewind...

De belasting wordt drastisch worden verhoogd en waardevolle spullen van onschuldige burgers in de omtrek worden te pas en te onpas afgenomen.

Als Robbie, Kleine Hannes en de 'Flierefluiters' horen van de gruweldaden van Jan Zondertand en de Sherrif begint hun bloed te koken.

Alle transporten met gestolen goederen, sieraden en spullen worden door RH & FF overvallen. De spullen worden weer netjes teruggegeven.

De soldaten van de Prins melden zich na een overval in hun Jansen & Tilanus bij de Prins. Deze is ziedend en verklaart Robbie en de Flierefluiters vogelvrij.

Om Robbie en zijn vrienden in een hinderlaag te lokken wordt Santcrockham hermetisch van de buitenwereld afgesloten. De bewoners zullen honger krijgen en zich uiteindelijk tegen Robbie en de Flierefluiters keren, zo redeneert Jan Zondertand.

Robbie weet toch de stadsmuren binnen te dringen. Via een ingenieus systeem met zakken aan touwen zullen hij en de Flierefluiters truffels binnen de stadsmuren smokkelen. Zo gezegd zo gedaan.

Jan Zondertand wordt ongeduldig. De hinderlaag duurt nu al weken en het lijkt wel of het de bewoners niet deert. Ze blaken van gezondheid! Geen grammetje eraf. Jan Zondertand 'doet er nog een tandje bij' en neemt geen halve maatregelen: Hij zet Hop Marianneke in het gevang! Ze kan alleen worden bevrijdt in ruil voor Robbie!

Dit is zelfs voor Robbie en zijn Flierefluiters te veel. Ze besluiten geen risico te nemen en het leven van Hop Marianneke niet in de waagschaal te stellen. Robbie laat zich gevangen nemen en Hop Marianneke is vrij. Nu zit Robbie vast en wordt streng bewaakt! Hulp is nu gewenst van Flierefluiters uit andere 'shires' (districten) in Engeland.

Pater Trappist zal de andere shires (districten) om hulp gaan vragen en Kleine Hannes en de andere Flierefluiters zullen de truffels binnen de stadsmuren blijven smokkelen. Hoewel dat ook steeds moeilijker wordt omdat er steeds meer soldaten van de Sherrif ingezet worden.

In juni is er nog een hele klus te klaren:

a.. Wordt Robbie bevrijdt?
b.. Kunnen we Koning Richard op tijd waarschuwen?
c.. Ontlopen Prins Jan Zondertand en De Sherrif hun gerechte straft?
d.. Wie krijgt de 'Powerstrip' om de hals: Koning Richard of toch Prins jan Zondertand?

Vragen, vragen en nog eens vragen die om een antwoord schreeuwen in het 50ste Nationaal Kamp Hattem!

Alweer een jubileumjaar: een halve eeuw Nationaal Kamp!
Tijdens de Nederlandse Onderwijs Tentoonstelling (NOT) in de Utrechtse Jaarbeurs blijkt er een hoop interesse te bestaan bij nieuwe scholen. Het Kamp stond daar met een stand onder het motto: ‘Nationaal Kamp Hattem, een unieke schoolwerkweek!’
Buiten de twee scholen die zich vóór de NOT al hadden aangemeld: de Margrietschool en de Van Brienenoordschool uit Rotterdam, gaat ook de Ds. Vosserschool uit Terschelling als nieuwkomer mee. Ook De Merlijnschool uit Nieuw-Vennep sluit zich voor het eerst aan.
Het kamp wordt dit jaar geopend door HKH Prinses Margriet. Zij deed dit precies 25 Kampen geleden - in 1981- ook. Een dubbel jubileum dus!

naar boven

2006 De verdwenen parels van Isla Hattumbia

Hattem, november 1855
Op de redactie van de Hattemsche Courant zit reporter Karel Blitsflits in zwaar overspannen toestand achter zijn tikmachine.
Nog enkele dagen tot de deadline. 'En als je geen verhaal hebt mag je oude couranten gaan sorteren in de kelder!' waren de dreigende woorden van hoofdredacteur Barend Brulbast.
Al wekenlang zit Blitsflits te werken aan zijn verhaal over de Caribische legende van 'De verdwenen parels van Isla Hattumbia' (spreek uit: Iesla Gattoembja).
Voor de zoveelste keer leest Karel zijn verhaal hardop voor.

Isla Hattumbia, een van de benedenstoepse eilanden nabij de 'Kaaimantrog', werd oorspronkelijk bewoond door indianen en heette toen Paraguachoa, dat in de locale taal "plaats met veel vis" betekende. In 1498 ontdekte Christopher Columbus het eiland tijdens zijn vierde reis en gaf het eiland zijn huidige naam. Isla Hattumbia was vooral bekend om zijn enorme oesterbanken. De parelvisserij was dan ook de belangrijkste bron van inkomsten.
Deze enorme rijkdom trok piraten, bandieten en ander gespuis van over heel de wereld aan. Het eiland werd tientallen keren belegerd door de schepen van de meest bekende en woeste piraten van het Caribische gebied en het eiland is daarom vele malen in zijn verdediging versterkt.
Slechts een van de zeven forten die gedurende deze periode zijn gebouwd bleef overeind. en slechts é van de ontelbare nederzettingen heeft het overleefd.

In 1541 trof een enorme aardbeving het eiland, waardoor het van de aardbodem leek verdwenen. en leek het eiland van de aardbodem verdwenen. Tot op de dag van vandaag is Isla Hattumbia niet teruggevonden....
Vele onderzoekers en fortuinjagers hebben in de loop der jaren naar Isla Hattumbia gezocht vanwege de legende van 'De 7 Parels van Isla Hattumbia'.
De enorme parels, die op mysterieuze wijze zijn verdwenen zijn een geweldig fortuin waard en De enorme parels (Een geweldig fortuin waard!!) waren van oorsprong op wonderbaarlijke wijze gevat in een prachtig stuk natuursteen in een motief: van boven naar beneden 1-1-2-3.

O
O
OO
OOO

De parels staan symbool voor de vrede en voorspoed op het eiland Isla Hattumbia. Niet voor niets droegen alle eilandbewoners een amulet met dezelfde vormen...
Ten tijde van de belegeringen werd ter bescherming van de parels in ieder fort een parel verborgen. Tot een hereniging van de parels in de steen is het helaas nooit gekomen. Van Isla Hattumbia is nooit meer wat vernomen. Laat staan van de vrede en voorspoed aldaar.

'Wat moet ik hier nu mee?' vraagt Blitsflits zich af. 'Ik moet een passend vervolg hebben op dit verhaal, maar het eiland bestaat niet eens meer.'

Of toch wel??

Vele kilometers en zeemijlen van ons eigen Hattem ligt diep verscholen tussen de meest exotische eilanden in het Caribisch gebied het eiland Isla Hattumbia!
De Hattumbianen vullen de dagen voornamelijk met rusten in de hangmatten voor hun paalhutjes. Kalm-Anos en Suus-Anos, de oudsten der Hattumbianen sturen de eilandbewoners af en toe aan tot enige activiteit voor het levensonderhoud, maar echt van harte gaat dit niet. De mannen hangen veelal rond bij de plaatselijke .Santghekko., de ontmoetingsplaats van Isla Hattumbia. De vrouwelijke eilandbewoners houden zich bezig met het maken van de meest uiteenlopende sieraden, allen gemaakt van de duizenden pareltjes die op het eiland te vinden zijn.

Voor de eilandbewoners is de legende van de 7 parels dagelijkse realiteit. Met de vrede is niets mis, maar de voorspoed is ver te zoeken. Ze bezitten in het fort echter de steen met de enig overgebleven parel en koesteren deze met zorg en eerbied. De gaten in de steen van de overige, missende parels gapen de eilandbewoners welhaast beschuldigend aan. De zes andere grote parels die moeten worden teruggeplaatst in het natuursteen zijn echter nog nooit teruggevonden.

Voor enkele eilandbewoners is het terugvinden en -plaatsen van de overige parels een levensdoel geworden; 'Leonardoos' is er zo een. Al maandenlang is hij bezig met de bouw van zijn vliegapparaat. Dit apparaat moet hem naar de overige parels kunnen brengen, waar deze ook zijn. Naast de bouw van het vliegapparaat is Leonardoos de aangewezen persoon om alle klussen en opdrachten die enige technische kwaliteiten vergen te doen voor de andere bewoners. Zijn .Klapdoos., een kleine verfomfaaide, met een hard geluid dichtklappende vioolkist die hij ooit aan het Hattumbiaanse zilverwitte strand vond en waaruit telkens de meest verrassende materialen en hulpstukken tevoorschijn komen, bewijst hem daarbij goede diensten.

Op zekere dag is het zover. Leonardoos neemt afscheid van de andere Hattumbianen en vliegt, na enige startproblemen, de wijde wereld in. De koning te rijk vliegt Leonardoos door de lucht. Driftig aantekeningen makend van hetgeen hij ziet tijdens zijn vlucht raast hij over landen en zeeë De vlucht van Leonardoos verloopt voorspoedig totdat er een stuk van zijn vliegapparaat afbreekt. Een snelle reparatie met onderdelen uit zijn Klapdoos mislukt jammerlijk. Met veel moeite krijgt de technische Hattumbiaan zijn vliegapparaat veilig aan de grond. Verbaasd kijkt Leonardoos om zich heen. Waar zou hij zijn neergekomen?

De landing van het vliegapparaat is niet onopgemerkt gebleven. Karel Blitsflits, de geboren reporter, staat binnen enkele tellen bij het vliegapparaat en komt oog in oog te staan met de Hattumbiaan. Dan ziet hij het amulet om de hals van de vliegenier: .Die vorm, 1-1-2-3! De legende! Zou het eiland dan toch bestaan?.

Beiden raken in gesprek over de verdwenen parels en het op drift geraakte eiland en besluiten te redden wat er te redden valt.

Hun verhaal wordt echter afgeluisterd door twee "Mannen van de MIB (spreek uit "mip")": Jensen & Jansen. Geboefte van het zuiverste water. Zij besluiten ook naar het eiland te gaan om de parels te "vinden" en overmeesteren daar Karel en Leonardoos.


Jensen & Jansen voeren een waar schrikbewind op het eiland...


Haast is geboden, want het moment van de botsing komt steeds dichterbij! Om het eiland tot stilstand te brengen moeten de parels worden teruggevonden en weer in de steen geplaats. Daarnaast moeten Jensen & Jansen overmeesterd en gestraft worden

Leonardoos besluit op het eiland zijn medebewoners bij te staan...

Karel Blitsflits gaat op reis langs op alle bovenstoepse en benedenstoepse eilanden in de Caribean hulp te halen....

De bad guys Jensen en Jansen (Anton Korporaal en Johannes Diepenveen) worden verslagen en in een koffer per katapult verwijderd van het eiland. De gevolmachtigd Minister van de Antillen, de heer Comenencia, speelt mee in het openingsspel. Er zijn 51 groepen (330 kinderen), Nieuwegein stopt, Hoogvliet komt enthousiast de gelederen versterken. Het Wisselschild gaat naar de Caraïben Crew uit Hoogvliet; het Ornament is voor de Chogogos uit Capelle. De stoep voor de Zandkreek krijgt een definitieve vorm en daarmee is de nieuwe Zandkreek eindelijk voltooid

naar boven

2005 Droop de Druïde

Droop de Druïde (Ad Mijnster) maakt met zijn kristal een zogeheten duplicator. Als dan de Romeinen zijn Keltische dorp binnenvallen, is dat een vruchtbare bodem voor een spannend kampverhaal. Burgemeester Piet Zoon speelt mee in het openingsspel. ’s Avonds ontdekken de 47 groepen (303 kinderen) wat de Kelten in hun wouden bewaren: Het diepste stilzwijgen! Vanaf platforms in de bomen worden de ‘Romeinse Duivels’ met water verjaagd. De groepen bestrijden elkaar op treksleden en bij de Romeinse wagenrennen winnen natuurlijk de Kelten. Nieuwegein als school doet niet mee maar door een enthousiaste groep van ouders wordt deze plaats echter wel vertegenwoordigd.

De Juunix (Wemeldinge) winnen het Wisselschild, het Ornament gaat naar Nieuwegein. Cor Spek treedt af als algemeen kampleider (niet als stichtingsvoorzitter), zijn functie wordt overgenomen door Chris de Vries.

Het jaar eindigt triest met het overlijden van een aantal ‘kampmensen’ in hart en ziel:
- Op 9 oktober Gerie Kamphuis op 71 jarige leeftijd: één van de eerste medewerkers die zich gedurende vele, vele jaren voor het Nationaal Kamp inzette met niet aflatend enthousiasme.
- Op 4 november Bert van Rijn op 66 jarige leeftijd. Jarenlang was hij amfitheaterleider en maker van een veelheid aan kranten, puzzels, spreidingsopdrachten en andere geschriften. Bovenal een goede vriend!
- Op 20 december is dat Anna van der Werfhorst op 89 jarige leeftijd. Anna was vele jaren (1961-1982), naast Beerd, een trouwe medewerkster: toneel, keuken, gastvrouw, kleding... Zij kon alles! Al vele jaren uit het Kamp, maar bij de oudgedienden onvergetelijk.

naar boven

2004 De Bronzen Emmer

'Doorzetten en handen aan de ploeg!’ luidt de openingszin in het Hongaars, uitgesproken door mevrouw Ildiko Markus, consulair attaché van de Hongaarse Ambassade, bij de opening van het 47e kamp. De wijze vrouwe Dekselsmerakels (Annet Kroon) voorspelt de toekomst hulp van haar Bronzen Emmer. Koko Pedalo (Floris de Jonge) heeft het aan de stok met Valsalstiewas (Anton Korporaal) en LocoLoco (Cor Spek). Ook blijkt titaniet een belangrijke rol te spelen tijdens dit kamp. Dit jaar is het Wisselschild voor de Krajas uit Wemeldinge, het Ornament voor de Bosdouane uit Dordrecht. Er zijn 346 kinderen, 49 groepen. Nijmegen stopt definitief. Er mogen voortaan ook scholen meedoen, waar geen schipperskinderen op zitten.



naar boven

2003 Bart Boursin & De Smoezelige Smokkelaars

Als Bart Boursin (Floris de Jonge) en karrevoerder Dubacle (Cor Spek) in Hattemoment aankomen, staan Maria van der Hoeven (Minister van Onderwijs) en Piet Zoon (burgemeester van Hattem) hen al op te wachten. Zij zorgen voor een vliegende start. De nieuwe Zandkreek wordt geopend. De voorzichtige geluiden uit 1997 kregen gestalte in een prachtig kampgebouw, geopend door de aanwezige Onderwijsminister.
Met de kinderen ontmaskert Bart Boursin het Clandestiene Verbond, dat een staatsgreep voorbereidt ten behoeve van Napoleon: ‘A tort et à travers!’ Snauwaert (Anton Korporaal) wordt met een molensteen om zijn nek weggestuurd en Bart wordt stadhouder van Hattem. Zonder Maasbracht en Leeuwarden zijn er toch nog 68 groepen (448 kinderen). Het Wisselschild is voor De Illegale Bende uit Terneuzen en Het Ornament voor de Franse Frietjes uit Lemmer.


naar boven

2002 De Legende van Rixt van het Oerd

In de deels ondiepe, dus redelijk verraderlijke Wouterzee, waar de 26 Alfabeteilanden liggen, is het gevaarlijk varen. De Rijke Rode Reder Ribbe Radbraker (R5) is al verschillende schepen kwijtgeraakt. Toch gaat alles; handel en nijverheid, onderwijs, visserij, jutten, enz. gewoon door op het mooie eiland Trammeland. Gosse Pieter Gossema, ondanks spijbelen en katapulten maken (en gebruiken), in de ogen van bovenmeester Tjallinga toch een modelleerling, vindt met zijn vriendinnetje Keimpe de naamplank van de Trammeland XVI. Al weer een schip vergaan! Zowel onder de gewone burgers als in de Raad van het eiland valt in dit verband de naam van Rixt ‘de heks’, een geheimzinnig soort kluizenaar die op het Oerd woont, de ruige helft van het eiland, waar dwaalichtjes schepen op de kust lokken -zegt men-. In elk geval investeert de verzekering meteen in een kloeke vuurtoren en in een fonds dat rampen verder moet voorkomen. Radbraker zal het beheren, en graag. Is dat wel zo’n goede regeling? Is alles wel zoals het lijkt? Natuurlijk, met 76 groepen uit tien plaatsen (totaal 503 kinderen) is er hulp genoeg om alles recht te zetten. Tv-held Ron Boszhard speelt mee in het openingsspel. De Boerenklompjes uit Dordrecht verdienen het Ornament en de Zeemeerminnen uit Wemeldinge het Wisselschild. Op 5 maart 2001 stemt de Gemeenteraad van Hattem in met de de verkoop van het erfpachtgebied (sinds 1962) aan onze Stichting. Op het terrein staan de Zandkreek, de schuur en het amfitheater van het Nationaal Kamp gebouwd. Ook het omliggende gebied komt in ons bezit: totaal 26.705 m2. Er klinken geluiden om ook scholen zonder schipperskinderen mee te laten doen met het kamp.


naar boven

2001 Even een jaartje niet...

Ongewild schrijft het Nationaal Kamp historie. Nederland zucht onder de MKZ- crisis. Voor het eerst in de geschiedenis van het bestaan van het kamp wordt de kampweek uitgesteld. Doortastend overheidsbeleid, imponerende beelden. De bossen rondom de Zandkreek gaan hermetisch dicht. Het leger en de politie worden ingeschakeld bij op en afritten rondom Hattem en Zwolle. Koortsachtig en veelvuldig overleg bieden geen uitzicht op het moment van afloop. Een bizarre situatie. Het bestuur besluit op 15 mei de Kampweek door te schuiven naar het volgende jaar. Op dinsdag, 29 mei stellen de overheden de bossen weer open. Zes dagen voor de aanvang van de voorbereidingsweek. Voor het 45e Nationaal kamp maakt dat niet meer uit. Het besluit tot uitstel is op goede gronden genomen.
De vaste sponsoren steunen ons door dik en dun. Ondanks dat het kamp is uitgesteld doneren ze toch hun vaste bijdrage. Hulde! De financiële schade blijft hierdoor beperkt.


naar boven

2000 De HamCa's - Indianen uit de Indes

Men kan beroemd worden door volstrekt overbodige dingen te doen. Voordat Columbus Amerika ontdekte, liep daar alles al een hele tijd prima. Nou ja, soms wat minder.
Parachutti, de machtige, machtige heerser over het immense Hamcarijk, zit zonder troonopvolger m/v. Na een bepaald pittige voorselectie blijven er twee mogelijke winnaars over in de wedstrijd wie koning mag worden: Bappa Oklo, een integere belastingambtenaar, en Manco Kapok, de eenvoudige boerenzoon die voor zijn vader omzetbelasting op de maïs moet gaan afdragen in de hoofdstad Sandcrusco.

De opdracht is niet mals: de aanleg van een illustere voorloper van de Panamericana vanuit het verre noorden en het nabije zuiden. Met de hulp van vrienden en magen; de 12 Hamca-stammen uit het gehele rijk, wordt er voortvarend gewerkt. Maar, wat raar, sabotage is aan de orde van de dag. Eerst verdenken de zo sportieve rivalen elkaar (‘zeker die ambtenáár’, of: ‘vast weer zo’n Kapokje’) maar na het vinden van een (overigens zeer zwijgzame) saboteur komt de raadsheer (Opper-Apo) des konings, de dubieuze Goet Snik in het vizier. Om deze te ontmaskeren laat de edelmoedige Bappa zich, zogenaamd verdacht, in voorarrest stellen door de koning, zodat Goet Snik vrij spel denkt te hebben.

Het volbrengen van de totale opdracht levert tenslotte de magische ivoren panfluit (van zilver) op. Dientengevolge treedt de zonnetempel op als orakel: spuwt de raadsheer letterlijk uit, zodat hij over de ter plaatse gelegen rotsen heen in een diepe laag modder tegen de voorste rij toeschouwers beland. De koning vallen de schellen van de ogen en na Goet Snik te hebben gedegradeerd tot schenker en bakker van de nieuwe Opper-Apo, Bappa Oklo, roept hij de eenvoudige doch edele Manco Kapok uit tot zijn opvolger.


naar boven

1999 El Bisquit, De Blauwe Berber

Van het bussenveld is men ineens in de zinderend hete woestijn de Blahara, waar de Maraboe El Bari-Bari met wijsheid regeert. Goed dat de kinderen uit alle 12 Toearegstammen er zijn, want het is mis met de watertoevoer in de oase Hattamaoud en het onderzoek naar El Bisquit, de kamelenhandelaar, de hoofdverdachte die verdwenen is, loopt nog steeds. Aqua-Re-El,de water(zakken)verkoper, El Massinissi, de smid, El Bor-Rel, El Hatsjie en alle andere woestijnbewoners zijn er rotsvast van overtuigd dat El Bisquit het heeft gedaan. Behalve zijn vrouw El-La natuurlijk......


El-Stach, Maraboe van Katoren, Sjeik van de Kon. Schuttevaer (prof. Dr. Jan Terlouw dus) prijst de massa om zijn eensgezindheid, die tot goede gevolgen móet leiden. El Bisquit komt -vermomd- in zijn eigen thuistent terug en wordt verstopt onder het vloerkleed, later in een kist. Zo’n kist heeft El Massinissi net nodig voor een gevriesdroogd-water-apparaat, maar El-La verkoopt niet. Niettemin wordt de kist toch gebruikt; slangen eraan, meters erop. Nu één druppel in de trechter en....rook, flitsen en róód water, gevolgd door El Bisquit, met snorkel en zwemvliezen. Die wordt meteen gevangen gezet in het Rode Fort. Gaandeweg komen Aqua-Re-El en El Massinissi in een steeds kwader daglicht te staan, zeker als ze El-Bor-Rel, de mobiele barkeeper die zwijggeld wil, laten verdwijnen in de put.

Alle kinderen slaan aan het maken van springstoffen, want er is in De Grote Eg (Leemcule) een dam ontdekt, die de watertoevoer tegenhoudt. Het opblazen van die dam is een indrukwekkend succes. Nu het water weer stijgt in de put komen de twee schurken El-Bor-Rel ophalen, maar die is al, als kroongetuige, veilig opgeborgen. El Massinissi gaat zoeken in de put, maar wordt door het water spectaculair verrast.

Des morgens gaan Aqua-Re-El en zijn maat alle bladzijden van “Operatie Dorre Droogte” verstoppen, maar zij worden heimelijk gevolgd door de Berberspeurders van alle stammen. Uiteindelijk kan het hele plan worden gereconstrueerd. Het bewijsmateriaal wordt overstelpend. De kidnapping van El Bisquits jongste telg, de reuzebaby El-Do, wordt snel en handig ongedaan gemaakt. Een plechtige rechtzaak besluit het verhaal. Aqua-Re-El en El Massinissi worden veroordeeld tot “put-ophanging” en zeer natte en vooral modderige straf. De booswichten klampen zich om genade smekend vast aan de maraboe, zijn witte kleed bezoedelend. Maar verbanning is hun deel.


naar boven

1998 Soesah op Java

Na de ontdekkingsreis van reder en koopman Foppe Fopszoon in 1595 naar het verre Java ziet stadhouder prins Maurits de winst wel zitten (‘vette handel’), richt de JVC (Javaanse Verenigde Compagnie) op en stuurt in 1605 de weinig scrupuleuze Puff van Paffenrode erheen om die winst even te gaan maken als GG (gouverneur generaal).

De edele Boekie-Toe, die als Kapala (burgemeester) van de kampong wel iets zag in de handel met Foppe Fopsz -goud voor peper en kruidnagels- komt met de GG van een koude kermis thuis. Puff heeft een eigen opvatting over handel. Hij maakt de Javanen tot slaven, rantsoeneert hun porties rijst zéér drastisch, speelt ongegeneerd de baas. En hij wil kruidnagels, veel kruidnagels. Dat geeft soesah, banjak (veel) soesah. Nadat zowat het hele dorp in het geheim is gevlucht naar het oerwoud, zoekt Boekie-Toe steun bij de mysterieuze boskrol, de Tamme Tummi. Die geeft geheimzinnige raad. Boekie-Toe moet aan de slag om het Geheim van de Gamelan te ontraadselen, samen met de stammen uit de hele gordel van Smaragd.

De opdracht is niet mals: de aanleg van een illustere voorloper van de Panamericana vanuit het verre noorden en het nabije zuiden. Met de hulp van vrienden en magen; de 12 Hamca-stammen uit het gehele rijk, wordt er voortvarend gewerkt. Maar, wat raar, sabotage is aan de orde van de dag. Eerst verdenken de zo sportieve rivalen elkaar (‘zeker die ambtenáár’, of: ‘vast weer zo’n Kapokje’) maar na het vinden van een (overigens zeer zwijgzame) saboteur komt de raadsheer (Opper-Apo) des konings, de dubieuze Goet Snik in het vizier. Om deze te ontmaskeren laat de edelmoedige Bappa zich, zogenaamd verdacht, in voorarrest stellen door de koning, zodat Goet Snik vrij spel denkt te hebben. Op de eerste dag zoeken ze naar water in het noorden en vinden, nota bene aan de poort van het fort van de GG, de Slavenbel, cymbaal van het kwaad. Naar het zuiden gaan de kinderen vol vuur op pad en vinden de Kris, ook een teken van het kwade.
In de aarde worden op de derde dag aanwijzingen gevonden voor het opsporen van de Wajang Bimba, symbool van dapperheid. Tenslotte verschijnt uit het oosten de Rijstvogel in de lucht en vliegt de kampong binnen als symbool van het goede.Op de laatste dag worden de verzamelde symbolen samengebracht onder de gamelan. Door het in de juiste volgorde uitspreken van op de verschillende dagen ontdekte spreukdelen komt de Stille Krach vrij, een kracht die zijn weerga niet kent.
Onbewust van wat komen gaat -wat weet zo’n ongelikte blanke nou van Stille Krach?- voert Puff van Paffenrode zijn boosaardig regime. Hij laat alle rijst inleveren. Verzet daartegen wordt gebroken; veel inlanders worden gevangen gezet in het fort.

Toko-Me-Jatti en Pak-Me-Dan, twee inlandse spionnen, worden onder smaad en hoon door de verzamelde natie uit de circulatie genomen. Ook op het sportveld gooit Puff met zijn soldaten geen hoge ogen. De gehele spreuk is ondertussen bekend, alle elementen zijn onder de gamelan gebracht: Alle natuurelementen breken los en de GG wordt met zijn trawanten door een vloed weggevaagd, nog sneller dan iedereen had gedacht. Het is gedaan met al die Soesah, Hattam-Kampong is vrij.


naar boven

1997 Cotton, the backbone of Sand Creek Silver

Frog Legs, Mushroom en Gumbo, de trawanten van de louche Naugthy Noodles, zijn gelukkig zo dom, dat ze de bussen vol kinderen (met trommels) niet herkennen als hulptroepen van Generaal Kalla Bassee. Deze uit de Amerikaanse Burgeroorlog terugkerende, bepaald verdienstelijke militair komt thuis. Sand Creek Estate ligt er verpauperd bij. Ook de katoenplantages, ooit de ruggengraat van de plaatselijke economie, liggen er verwaarloosd bij. De Generaal ontdekt dat zijn plantage Sand Creek Estate verkocht is....

De Wazige Weduwe uit de kampfilm heeft de Estate op de veiling voor $ 550.000. Ze geeft aandelen uit (‘Het staat in de krant!’) die te koop zijn. De Generaal glimlacht: ‘Aandelen bij Slim Smart Stock Store.....Slim Smart is die professor met wie ik heb geschaakt in de trein. Dan zit het wel goed!’ Naugthy Noodles zint op actie. Hij wil kostte wat het kost the Estate in zijn bezit krijgen. De kinderen laten er geen gras over groeien. Ze oogsten op de verwaarloosde velden het verwilderde katoen. Dit schaarse goedje zal vast een hoop geld opbrengen!

Het drietal trawanten van Naugthy Noodles infiltreert onder de groepen. Ze doen zich voor als echte vrienden. Maar de ‘dating-machine’ ontmaskert het stel: té veel vocht in de bilnaad! Naugthy Noodles laat midden in de nacht alle kinderen uit hun tent halen. Ze krijgen een dwanggeschrift in de handen geduwd: Inpakken en wegwezen! De geschrokken massa verzamelt zich in het amfitheater, waar de hele katoenvoorraad blijkt te zijn geroofd. Niet iedereen is blij met deze nachtelijke actie!!
De Generaal gaat nu strategisch aan het werk. De kinderen moeten tussen de Cotton Barn en Big Pit een Telegraphlijn aanleggen, een gevangenis knopen en met hun trommels optrekken naar Big Pit. (Grote Leemcûle). Een enorm kanon schiet de voorgevel uit The Bank. Tijdens het eindduel tussen de Generaal en Naugthy Noodles ontploft de broek van de laatste.


naar boven

1996 Het verraed van de Dikke Tinne... Anno Domino 1580

Een jubileumkamp !
Voor de veertigste keer gastvrijheid in de bossen van Hattem! Reden om het stadje Hattem bij de feestelijkheden te betrekken. "Het Huys" te Hattem wordt in de volksmond "De Dikke Tinne" genoemd, vanwege zijn dikke muren en knotsen van torens. "Het Huys" speelt een belangrijke rol in het verhaal.

Van koning Fielips de Tweede krijgt Loodewijc van Gelre opdracht om een einde te maken aan het oproer en gecomplotteer in het stadje Hattem in het gewest Gelre. Aan boord van de "Batavia" bereidt hij zich, samen met zijn bloedmooie zuster vrouwe Catharina, op deze zware taak voor. Hij wordt echter gekweld door een telkens weerkerende hevige aandrang en hij is doodsbenauwd voor "Het mistige rode beest". In de bossen van Hattum wordt de stoet van heer Loodewijc van Gelre verwelkomd door de sergeant Julio del Trammelanto die zich in dienst stelt van heer Loodewijc. In "De Dikke Tinne" roept Loodewijc de plaatselijke edelen bijeen om de te nemen maatregelen te bespreken. Niks mag meer, alles moet !
Alle jongelingen vanaf tien jaar en ouder moeten in dienst van den Spangiaert treden; de Tiende Penning wordt vanaf heden ingesteld. De bevolking is verontwaardigd. Een "duistere" bedelaar (die Johan Imbusz, één van de edele burgers van Hattum blijkt te zijn) drukt passerende burgers een bezempje in de hand. Het bezempje is het teken dat Hattum met "besemen sal worden ghekeert ende gekuist van alle onghelickte beeren" Cupido doet in het verhaal zijn werk; hij heeft het gemunt op Catharina en Johan. Maarten van Hattum veldheer van Gelre, tracht met sluwe en slinkse middelen zijn heer Loodewijc te helpen. Johan Imbusz heeft in der haast alle burgers uit de naburige steden ter hulpe geroepen.

560 kinderen (!) én hun mentoren/mentrixen zullen komen en zich vestigen in de 75 domeinen rond de Burcht van Hattum. Ieder stad is herkenbaar aan een gekleurde muts en een dito gekleurde bezem.


naar boven

1995 Het rijk der fabelen: Over Reuzen en andere Lapzwansen

Nabij de monding van de groet rivier IJsseljoki leeft de veerman Kuth de Grohte samen met zijn vrouw Helga. Het zijn echte (Spat-)Lappen. Als Grulltrud en Ginnagap, twee reuzen, aan het bakkeleien zijn ontstaat er storm en wind (zo verhaalt de legende) Niemand heeft echter de reuzen ooit gezien. Alle Lappen verwijzen dit soort Sprookverhalen dan ook steevast naar het "Rijk der fabelen". De stormwinden veroorzaken veel schade aan de houten treksleden van de rondtrekkende Vet-' Ham- en Speklappen. Knuth en Helga leven van de opbrengst van de verkoop van goederen die na een storm op de rotsige wegen achtergebleven zijn. Er worden zéér veel spullen gevonden. Maar het vreemde is dat de bestuurders van de Lappensleden nooit worden teruggevonden. Algemeen wordt gedacht, dat deze Lappen uit hun jas zijn gewaaid.

Op zekere dag komt Knuth op zijn juttocht bij een vreemde, nooit eerder opgemerkte grot. Door nieuwsgierigheid gedreven, loopt hij naar binnen en voelt zich plotseling opgetild. Horden groene mannetjes krioelen rondom hem in een oorverdovend kabaal. Ze brengen hem naar Doctor Laptop en zijn assistent Tomte Smeerlap. Dit heerschap is bezig met een "gewichtiges und geheimsinniges experiment". Daarvoor heeft hij een échte Lap nodig. Als de proef lukt, kan hij bezit nemen van de Noordkaap, ja zelfs van de "ganse welt" tot ver buiten de grenzen van Lapland. Helga is ondertussen heel angstig vanwege het uitblijven van haar hartelapje Knuth. Zij heeft heil gezocht bij haar stokdove buurman Lap Para No-ide. Deze weet raad: Ver weg in het bos wonen twee Dwarfen die met hun Tover-Trommel onvoorspelbare dingen kunnen doen. De beide Dwarfen, Pataatfriet en Siegfriet, zijn bereid om te helpen en geheimzinnige Lapletters wijzen Helga en Para No-ide de weg.

Door middel van arglistig handelen worden Knuth en de vermiste uit hun jas gewaaide Lappen bevrijd uit handen van Doctor Laptop. Deze roept om wraak en actie! "Alle Smart Lappen, Stof Lappen en Spek Lappen zullen binnenkort kennis maken met Globetrud, een wereldse reus..." Hij dreigt briesend: "Alle Lappen in de mand.... en de wereld is van mij !" Hattemumpu is in gevaar !! Knuth doet op aanraden van buurman Para een oproep: Uit alle windstreken komen Lappenstammen om te helpen. Er komen 81 Lappenstammen, met 478 diverse Lappen en 98 Hoofddoeken(m/v) om te strijden. Het wisselschild werd gewonnen door DE GEESTIGE GEINERS uit NIEUWEGEIN en het ornament werd dit jaar verdiend door de STARKE BJORNEN uit LEEUWARDEN(zuid).



naar boven

1994 De lotgevallen van Olivier Zeepkist

In 1835, op een koude zaterdag in november, is Olivier Zeepkist in een zeer arm één-ouder-gezin geboren.
Zijn moeder vertrekt al snel na Oliviers geboorte naar het Noorderlicht; de baker verzorgt hem zo goed en kwaad als het kan.
Doch.......Olivier groeit op voor galg en rad en na vier jaar wordt "het jong" voor een appel en een ei aan een Engelse zand- en grindschipper verkocht. Zo komt Olievier in het Engelse stadje Hattemderrie terecht, alwaar jeugdbendes rond-zwerven die burgers en ingezetenen tot grijze haren aan toe terroriseren.
De Engelse schipper verkwanselt Olivier aan het gemeentebestuur van Hattemderrie.
Enige tijd later, als het gemeentebestuur niet zo goed meer bij kas zit, wordt Olivier (van gemeentewege) verkocht aan ene Macaber, die van de tengere Olivier een handig zakken-rollertje maakt.
Bij het rollen der zakken op de weekmarkt van Hattemderrie wordt Olivier door Mr. Bascule Pernot betrapt, achtervolgd, ingesloten in het cachot en uiteindelijk voorgeleid aan het Engelse hof.
Op het moment dat hij veroordeeld zal worden, verschijnt daar opeens Mr. Bumbelbee, een regent, die hem vrijpleit en in zijn huis opneemt. Bullebaas Macaber mist de vlugge vingertjes van Olivier en ontvoert hem uit het huis van Mr. Bumbelbee.

Achter alle duistere praktijken die in Hattemderrie aan de orde van de dag zijn, zit een zekere Mr. O.W. Pocketmoney, de plaatselijke zijden zakdoekenfabrikant. Hij laat heel veel kinderen onder erbarmelijke omstandigheden in zijn fabriek werken. Hoe meer zakdoeken er gerold worden, des te groter is de omzet van nieuwe zijden zak-doeken.
Olivier moet echter uit handen van Bullebaas Macaber gered worden. Het onrecht moet worden bestreden; de strijd tegen de kinderarbeid en tegen de overheers¬ing van de aristocratie begint.
De strijdkreet is: "Weg met de kinderarbeid. Pickpockets unite !" De oproep om mee te helpen strijden heeft tot gevolg dat er dit jaar 514 kinderen, 106 mentoren/mentrixen, verdeeld over 86 groepen naar Hattemderrie komen.

Het wisselschild werd gewonnen door de SOCIAL MISFITS uit ZWOLLE, terwijl het ornament verdiend werd door DE JATTERTJES uit WEMELDINGE.


naar boven

1993 In de ban van de Kring

Het gaat niet goed in Hattemania, het rijk van koning Azuur: Slotvoogd staat op tegen slotvoogd, edele strijdt tegen edele, de dominions zijn in opstand en de horigen wensen geen tributen meer te betalen.
De oude wijzaard Meridin heeft in een vergeeld boek de legende van "De zeven zwaar¬den" gelezen. Hierin wordt verteld dat er in een ver verleden zeven machtig glimmende magische zwaarden verenigd waren in "De steen van Hattemania". Deze zwaarden in de steen waren het symbool voor vrede en voorspoed. In één van de dominions woont, diep in het bos van Migraine, Fata Morgana, de koningin van de buitenste gewesten.
Zij is buitengewoon toornig; ze is woedend, boos.
Helaas kan ze zelf nog niet toveren, alleen maar goochelen, daarom heeft ze de zeven zwaarden van Hattemania nodig en geeft ze haar legeraanvoerder Sur (= Slecht Uitgeval¬len Ridder) Gooris de Klooris ( bijgenaamd " De Zwarte Ridder") opdracht de zeven zwaar¬den op te sporen.

Aan het hof van koning Azuur heerst een droevige stemming. Het vorstelijk(e) echtpaar maakt zich zorgen over de rumoeren en opstanden in het rijk.
Meridin, de wijzaard, raadpleegt zijn achteruitkijkspiegel en zegt dat het goed en wijs en verstandig is alle edelen op het kasteel ter vergadering bijeen te roepen, teneinde vredes-besprekingen te starten.
Er zal vrede in Hattemania heersen als het kwaad uit het rijk wordt weggedaan; als de magische kring hersteld en herenigd is. Het "gezicht" geeft een aanwijzing alwaar één van de zeven zwaarden zich bevindt. Pas als het laatste zwaard PAX in de steen gestoken zal worden, is de magische kring gesloten en zal er vrede zijn in het Rijk van koning Azuur.
De koning vraagt vrijwilligers om op zoek te gaan naar de magische zwaarden. Niemand reageert..., behalve Sur Gooris en heer Lanstekort. Sur Gooris wil echter geen concurrentie en probeert heer Lanstekort uit te schakelen. Dit lukt hem niet; Sur Gooris krijgt een oorvijg en verlaat tierend en scheldend de troonzaal, tenein¬de alléén en met groot geweld achter de zwaarden aan te gaan.
De trouwe ridder, heer Lanstekort krijgt van koning Azuur de opdracht de zeven zwaarden bijeen te brengen, zodat er rust en vrede kan heersen in Hattemania

Met behulp van 486 ridders (m/v), onder aanvoering van 96 mentoren worden de magische zwaarden gevonden en keert de rust weer in Hattemania.

Het wisselschild ging naar DE BEULEN uit TERNEUZEN (De oude Vaart). Het Orna¬ment werd verdiend door DE TINTAKELS uit ZWOLLE.


naar boven

1992 Ai den Eenoger, Kaperkapitein

In de handelspost van de koning van Portugal controleert de gouverneur Senhor Juan de Kakofonie de aankopen van stroop nauwgezet en noteert alles op een inventarisstaat.
Op zekere dag overvallen kapitein Bloedworst en zijn mannen de handelspost en neemt de bezittingen van de Portugese koning Alfons de La Castanje in beslag. De dochter van de gouverneur, Senhorita Juanita, ziet kans koning Alfons te waarschuwen.
Het hof is in opperste beroering.
Na rijp beraad met enkele getrouwe Castagnettes geeft de koning Ai den Eenoger, de kaperkapitein, opdracht de handelspost te ontzetten, de gouverneur te bevrijden en de Portugese vlag weer te hijsen op de vuurtoren van Kaap Hattem Hoorn. Kapitein Bloedworst probeert ondertussen bij Senhorita Juanita haar keukengeheim ( = het recept van haar overheerlijke pannenkoeken ) te ontfutselen. Juanita weigert echter elke vorm van medewerking. Het gevolg van deze weigering is dat haar vader, de gouverneur de Kakofonie, door de kornuiten van Bloedworst, geblind¬doekt via de loopplank het water ingejaagd wordt.
In een plaatselijke taveerne ronselt Ai den Eenoger intussen mannen voor zijn Strooptocht naar Kaap Hattem Hoorn.
Na de belofte van veel en goed eten én een extra portie "bibbergeld" lukt het Ai een krappe bemanning samen te stellen.
Voor zijn opdracht moet hij echter méér manschappen hebben. Uiteindelijk komen 481 Piraten en Zeerovers met 95 mentoren/mentrixen, verdeeld over 83 groepen naar Kaap Hattem Hoorn om mee te strijden tegen de vervaarlijke Bloedworst.

Het wisselschild werd gewonnen door REVANCHE LADIES uit DORDRECHT. Het ornament ging dit jaar naar de ZEEMEERMINNEN uit DORDRECHT.


naar boven

1991 De verdwenen tempel van Farao Toethaspel III

462 kinderen en 93 mentoren/mentrixen, verdeeld over 78 groepen zijn dit jaar vanuit Rosette op zoek gegaan naar de verdwenen tempel van Farao Toethaspel III. Het stadje Rosette is beroemd om zijn handelsgeest en zijn haven uit de tijd van Caesar.
Het is ook de woonstad van professor Jean-Paul Champion en diens trouwe metgezel Jacques Brouillard.
Onze professor is een belangrijk wetenschapper en ontdekker van het spijkerschrift.
Op zekere dag ontdekken de professor en zijn assistent een schilderijtje op de weekmarkt van Rosette. Ze ontdekken dat achter het schilderijtje een schatkaart verborgen zit.
Wat ze niet in de gaten hebben is, dat ze al geruime tijd worden achtervolgd door een geheel in het zwart geklede man.
Thuis nemen Champion en Brouillard via de tele-glyfer contact op met het B.I.S. (= het college van Bijzonder Intelligente Sofistici ) om te vragen of de schatkaart echt is.
Het B.I.S. deelt mee, dat de kaart echt is en dat het gaat om de verdwenen schat van farao Toethaspel III.
Dan wordt besloten om een expeditie naar Egypte te ondernemen en op zoek te gaan naar de verdwenen tempel.
Inmiddels heeft de man in het zwart ( een louche kunsthandelaar ) via het Ge-oorapparaat dat hij door de schoorsteen naar beneden heeft laten zakken, alles gehoord; hij kan nu zijn maatregelen nemen. Jacques gaat op zoek naar een gids. En waar komt hij terecht ? Juist.... bij de man in het zwart, die zich nu voordoet als verhuurder en verkoper van gidsen. En zo wordt de man in het zwart ( die zich heel snel in het wit heeft gestoken ) de gids van onze vrienden. Samen gaan ze op weg naar Egypte, waar eens de woonplaats was van farao Toethaspel III.
De man in het wit, die eigenlijk de man in het zwart is, probeerde de plannen van de professor te dwarsbomen. Met behulp van de van heinde en verre toegestroomde kinderen, zegevierde, ook dit kamp weer het goede over het kwade !

Het wisselschild werd gewonnen door de groep STOFFOLOS uit WEMELDINGE. Het ornament ging naar AMMENEMUS uit TERNEUZEN (Juliana)


naar boven

1990 Het mysterie van Clay Pit

AI eeuwen duurt de vete tussen twee clans: de Mac Smurries en de Mac Keevers. De Mac Smurries bestaan uit een vierling, te weten: drie broers en een zus: Kennie, Ennie (= zus), Lennie en Pennie. (Een komisch team wat in juiste volgorde bestaat uit Rudolf Schierbeek, Vrouwke Mijnster, Cees van Vugt en Aad van der Wilt). De broers en zus zijn er al jaren op uit om de macht over Clay Pit in handen te krijgen. Maar zolang het wapenschild en de bijbehorende zwarte dolken in het bezit van de Mac Keevers is, blijven de goudeerlijke Mac Keevers de gezagsdragers van Clay Pit.
Op zekere dag verdwijnt Pennie de jongste van de Mac Smurries op een geheimzinnige wijze. Uiteraard worden de Mac Keevers hiervan verdacht. Maar is dat wel zo? Vanaf dat moment worden de Mac Keevers door de Mac Smurries op de huid gezeten. In de nacht verschijnt er ook plotseling een geheimzinnige Meervluis. Ten einde raad roepen de Mac Keevers de naburige clans bijeen en vragen hen om hulp. Maar niemand durft; iedereen is bang voor de Mac Smurries. Tijdens de jaarlijkse Highland Games proberen de Mac Smurries op gemen wijze de spelen te winnen. Mac Keever (Cor Spek) wordt gevangen genomen, maar ontsnapt. Bij het vallen van de avond ontsteekt Mac Keever de toortsen die de bevriende clans moeten waarschuwen. De brandende toortsen zijn het symbool van de strijd tegen de slechte Mac Smurries. Tot in de verre omtrek geven de clans gehoor aan de oproep. 77 clans strijken in Clay Pit neer.
Totaal 422 kinderen helpen mee en ontmaskeren in de Grote Leemcûle met veel vuur en rook de Meervluis. Achter de Meervluis gaat Pennie Mac Smurrie schuil. Zo wordt ook dit mysterie doorgeprikt. Het wapenschild met de dolken komen terug bij de Mac Keevers en de rust wordt hersteld. Dit jaar krijgt het Nationaal Kamp voor het eerst een internationaal tintje. Vanuit de Franse stad Douai komen drie groepjes met totaal 22 kinderen mee.

Het Wisselschild wordt dit jaar gewonnen door de groep Mac Fette uit Wemeldinge.


naar boven

1989 Igor, de afzichtelijke, Tsaar aller Russen

In 1547 regeert in Hattemgrad de wrede Tsaar Igor de Afzichtelijke vanuit Het Kreeklin.

Hij wordt bijgestaan door een gemene handlanger: Boris Gawadoenow (Aad van der Wilt komt als speler boven drijven). De bevolking zucht en hoopt op de oude legende van De Hetman die ooit in opstand komt tegen de wrede vorst. Pjotr Issotow (die zich ontpopt als De Hetman) leeft in Mongolia, in het klooster der Grotten. Pjotr, die meer wil dan alleen brood met pindakaas, ontsnapt uit het klooster via de Gang der Verschrikkingen, samen met zijn valiesje dat hem op moeilijke momenten bijstaat en hem magische krachten geeft. In het Kreeklin vecht Pjotr man¬moedig tegen een overmacht van Strelitzen. Hij belandt echter in het gevang. De Bojaren (= de volksvertegenwoordigers) willen hem bevrijden, maar worden ook gevangen genomen en... veroordeeld! Het valiesje biedt uitkomst en Pjotr ontsnapt op wonderbaarlijke wijze met de Bojaren. Op aangeven van zijn valiesje gaat Pjotr op zoek naar het Spel der Wijsheid en bindt de strijd aan tegen Igor. De IJssel-kozakken, Merwede-kozakken, Maas-kozakken en Rotte-kozakken helpen Pjotr om het spel in handen te krijgen en Igor en Boris te verslaan. In totaal helpen 375 kozakken (verdeeld over 64 groepen).

Het Wisselschild gaat naar de groep 'Corkovskies' uit Wemeldinge. Er is in het kampgebouw een alarminstallatie aangelegd. Gerard en Lilian van Hiele trekken zich terug uit het Kamp.


naar boven

1988 De erfenis van Uncle Sam

De (belang)rijkste man van het stadje Sandcreek-Gulch, de oude Sam Goodman (= Uncle Sam) is overleden. AI zijn bezittingen komen, volgens testament, in handen van Sams enige, doch onbekende, familielid Fletcher Goodman jr. Een betrouwbare koerier wordt met een brief en een halve speelkaart naar Washington D.C. gestuurd om Fletcher Goodman op te sporen. Onderweg wordt de koerier overvallen door de bendeleider Jim J. Badguy, (Cees van Vugt is een rijzende ster binnen het spelerskorps) die de halve speelkaart nu in zijn bezit heeft. Jim J. Badguy gaat naar Sandcreek-Gulch en doet zich voor als Fletcher Goodman jr., de nieuwe baas. De zwaargewonde koerier heeft nog kans gezien de door hem achteloos weggegooide brief bij de echte Fletcher te krijgen.
In Sandcreek-Gulch spelen zich verschrikkelijke taferelen af Jim J. daagt Fletcher uit voor een duel. Fletcher verliest en belandt in het gevang. De sheriff (Marijke Dieleman) weet hem echter te bevrijden, maar de situatie is uitzichtloos. Fletcher zegt dat hij alle staten zal door trekken en alle Texas-Rangers van het land mee zal brengen om de Outlaws uit de stad te verdrijven. Er komen op Fletchers’ oproep 350 kinderen (verdeeld over 60 groepen) meehelpen.

Het Wisselschild gaat naar de groep 'Madariaga' uit Zwolle.
Cor Spek volgt Bart Robbers op als voorzitter van de Stichting.


naar boven

1987 De Watergeuzen

De Hertog van Halva met zijn vrouw Rine hebben zich gevestigd in de slotburcht Sandkreecke. Halva heeft opdracht gegeven orde en gezag te hersteIlen. Hardnekkig verzet de bevolking van het plaatsje Hatthem zich tegen de Spaanse overheersing. W. Ondermeester, een kwakzalver van internationale allure, ontpopt zich als de leider van het georganiseerde Gelderse verzet. Met hulp en inzet van de plaatselijke burgers, Jan Haring, Sicke Hopkoper, Wybert Corfmaecker wordt een plan beraamd. De Hatthemers kapen het vlaggenschip van Halva in een kort, doch hevig gevecht. We filmen op locatie in de Braakman bij Terneuzen. Het trotse schip, gestuurd door een vaste geuzenhand, zet koers naar de Nederlandse Gewesten. Wie wil kan meestrijden tegen Halva, die nu zijn Tiende Penning heeft ingesteld. Gesteund door een ‘heuse’ Prins van Oranje storten 432 kinderen (verdeeld over 69 groepen) zich in een Geuzenavontuur!
Van het nieuwe gedeelte van het kampgebouw wordt het dak aangepast voor een betere hemelwaterafvoer. Het Wisselschild wordt gewonnen door 'De Overwinnaars' uit Dordrecht.
Bart Robbers treedt in het najaar af als voorzitter van de Stichting Nationaal Kamp voor Schipperskinderen. Vice-voorzitter Ad Driesprong neemt deze functie waar.


naar boven

1986 De Grieken Parthoklos, beschermeling van Pallas Hatema

Parthoklos kan goed rijmen en dichten en Kelerikles is een echte vechtersbaas. Beiden willen graag met Lydia (een glansrol van schippersdochter Tineke van Vugt), de dochter van koning Solon, trouwen. Het Orakel geeft op geheimzinnige wijze het advies een wedstrijd te organiseren, waarin kandidaten kunnen meedoen om te dingen naar de hand van Lydia. Lydia is helemaal ontsteld van Kelerikles' spierbundels en heeft al gauw haar hart verpand aan de ruige barbaar. In de wedstrijd om het lied is het juist Parthoklos die de eer opeist.

De stand is 1 : 1. Solon stelt een schervengericht in en uiteindelijk komt toch Parthoklos als winnaar uit de bus. Er deden aan het kamp 430 kinderen mee, verdeeld over 70 groepen.

Het Wisselschild gaat naar de groep 'Poseidon' uit Zwolle.
Het kampgebouw wordt voorzien van nieuwe dakbedekking. Ed Koers, één van de mannen van het eerste uur, vertrekt en er wordt een driekoppige Kampleiding benoemd: naast algemeen kampleider Gerard van Hiele krijgt Jan Voerman de pet van Technisch Kampleider. Cor Spek trekt de creatieve kar.


naar boven

1985 De zeven geheimen van Sando-Kre-Ko-Sama

In de heilige tempel Sando-Kre-ko-Sama, vlak bij het dorpje Hattemo, wordt het prinsje Johan-san (Bart Robbers) opgevoed door de hoofdtempelier Goochemo (Rudof Schierbeek). De broer van keizer Hiero-daro, Linko-san (Cor Spek), probeert op de troon te komen; maar dan moet de jonge prins wel verdwijnen. Tijdens een wandeling van de keizerin met de prins wordt het kind geroofd en te vondeling gelegd onder een brug. Het Nederlandse echtpaar Kamgaren vindt het kind en neemt het mee naar Holland. Ongeveer twintig jaar later krijgt mevrouw Kamgaren een geheimzinnige ziekte ; haar 'zoon' Johannes (= Johan-san) besluit om naar Japan te gaan om geneeskrachtige kruiden te halen. Johan-san ontmoet daar Goochemo. Aan het medallion dat Johan-san draagt, herkent Goochemo hem als de kroonprins! Keizer Hiero-daro is overleden en Johan-san zou hem dus als keizer op moeten volgen. Echter... Linko-san aast op de troon.

Met behulp van de 380 kinderen (verdeeld over 65 groepen) die in Hattemo aanwezig zijn weet Johan-san zijn boze oom Linko-san te verslaan. Het Wisselschild wordt dit jaar gewonnen door de groep 'lwate' uit Rotterdam (Sportlaan). Door het expertise en taxatiebureau Bosdijk-Poortugaal uit Rotterdam wordt een cheque van 5000 gulden aangeboden.
Weekblad Schuttevaer maakt melding van de officiële start van ‘De Vrienden van het Kamp’: een kring van donateurs die ieder kampjaar een gulden meer doneert.


naar boven

1984 De Vikingen

Orm van Tollklinge, bijgenaamd Rode Orm, heeft van koning Harald Blauwtand van Skage (Piet van Eysden) toestemming gekregen om met prinses Ylva te trouwen. Orm moet echter zelf nog ergens een koninkrijk veroveren. Met een aantal Vikingen komt Orm in Britland aan. De legeraanvoerder Olaf Lögenstrom die ook bij de groep is en graag met Ylva wil trouwen, dwarsboomt de plannen van Orm. Er wordt een stuk van Britland veroverd. Wanneer Orm op het punt staat om de terugreis te beginnen, worden de mannen overvallen door een woeste beer. Allen - op Orm na - vluchten. Orm weet na een hevige strijd de beer te verslaan. Olaf slaat Orm neer als de laatste aan boord wil komen en blijft zwaargewond in het water achter. Een eenvoudig vissersechtpaar vindt de aangespoelde Orm en verzorgt hem geruime tijd. Terug bij koning Harald vertelt Olaf dat Orm in de strijd gesneuveld is. Met mooie praatjes weet Olaf de koning zo ver te krijgen dat hij met Ylva mag trouwen. Ook krijgt hij het vero-verde land. Orm is na enige weken weer de oude en wil wraak nemen. Met behulp van een scepter van puur goud (door de visser in zijn netten gevonden) en een stel flinke kinderen wordt de strijd tegen Olaf en zijn Vikingen, die inmiddels zijn teruggekomen, aangebonden. Uiteindelijk, na veel verwikkelingen, is er een tweegevecht (op het water) tussen Olaf en Orm. Orm wint, trouwt met Ylva en er volgt een groot (markt)feest. Er doen aan het kamp 412 kinderen mee, verdeeld over 64 groepen.

Het Wisselschild gaat naar de 'Knackebrodjes' uit Terneuzen.


naar boven

1983 Wilhelm Tell

Elke plaats (school/internaat) is als één van de Zwitserse kantons naar Hattem gekomen om Wilhelm Tell (Ed Koers) te helpen met zijn strijd tegen de gehate Oostenrijkse landvoogd Gessler. De nar in de koekoeksklok (Cor Spek) speelt een dubbelspel. Gessler (Bart Robbers) daagt uit tot een wedstrijd in kracht, vernuft en verstand. Gessler wedt dat hij zal winnen. De strijd ontbrandt. Omdat het op de dag van de strijd 'zuiveldag' is, zal de winnaar als prijs alle kazen krijgen. Gessler wint! Bij voorbaat had hij al een kaaszolder laten maken. In plaats van kaas krijgt hij echter gele ballonnen die gevuld zijn met water Wilhelm Tell schiet de ballonnen kapot en Gessler spoelt weg. Er zijn dit jaar 501 kinderen in het kamp, verdeeld over 79 groepen. Het Wisselschild wordt gewonnen door 'De Helvetiars' uit Terneuzen. In de maanden mei en november wordt het rioleringssysteem aangepast.
Joop Kroon, initiator en stuwende kracht achter het Nationaal Kamp vertrekt.
Er komt een tweehoofdige Kampleiding. ‘Team Peter’ (jaren lang een begrip) ondersteunt de voorbereidingen.


naar boven

1982 Tokus de Scharensliep

De Drentse boer Bart Bommeduit en zijn vrouw doen alles om de opkomst van de stoomenergie tegen te houden. Tokus, de scharensliep, zijn dochter en de schoolmeester proberen de boer en de boerin van de voordelen van de techniek te overtuigen. De kinderen helpen daarbij. Het gaat hier bij niet alleen om betere werkomstandigheden, maar ook om goed onderwijs voor de kinderen. De boer heeft uit afkeer van alle ontwikkeling ook de school laten sluiten.

Allerlei stoomapparaten (o.a. stoomstrijkijzer, stoomhaarkap, stoomzaagmachine en zelfs een wasmachine die op stoom draait) worden gebruikt. Uiteindelijk komt Tokus met een echte Engelse stoommachine aan. De kinderen moeten het tegen deze machine opnemen, maar telkens blijkt de machine de sterkste te zijn. Boer Bommeduit is overtuigd: Stoomenergie is niet langer tegen te houden en de school wordt weer geopend. In maart 1982 is de nieuwe schuur geopend. In eigen beheer wordt de elektriciteit en een inbraakalarm aangelegd.
Er zijn 482 kinderen in het kamp, verdeeld over 76 groepen.

Het Wisselschild gaat naar 'De Rockets' uit Zwolle.


naar boven

1981 De Rode Pimpernel

In het stadje Zandkreek krijgt de bevolking omstreeks 1800 inkwartiering van een aantal 'sans coulottes'. De stadsherberg wordt door een Franse préfect gevorderd om er een hoofdkwartier te vestigen. De Rode Pimpernel verzamelt helpers uit het hele land en vormt het ‘Geheim Genootschap van de Rode Pimpernel'.
Het speurdersduo Chauvelin en Chauvelin is vol goede bedoelingen maar slagen niet in hun opzet het geheim van de Rode Pimpernel te ontrafelen. In het openingsspel van dit kamp helpt H.K.H. Prinses Margriet mee om aan de Franse overheersing een einde te maken.
Door een duimafdruk en het maken van het geheime teken (= de rechter duim in het rechter oor, met de hand naar beneden) wordt ook zij tijdelijk lid van het Geheim Genootschap.
De actie 'Een ton voor het kamp' wordt afgesloten met een bedrag van 177 duizend 342 gulden en 55 cent.
In 1981 wordt in de grote zaal een nieuwe grenen vloer gelegd. In de keuken wordt het kookeiland gebouwd.


naar boven

1980 De Romeinen

In het jaar MGMLXXX heette de Zandkreek 'Sinus Pulvis'. De goede consul Ouintis (Geert Bethlehem), Batavus, een Germaan (Cor Spek), de slechte consul Gaius (Bart Robbers) spelen mee in het conflict over de zware belastingen. De voorbereidingsfilm wordt voor het eerst op locatie gemaakt. Buiten Hattem op het terrein van de Heilig Land Stichting in Nijmegen.
De opnameapparatuur is verbeterd door aankoop van een geluidscamera. Hoogtepunten van het spel zijn de wagenrennen. ‘s Middags zelfs met echte paarden en het stuntwerk van de Romeinse soldaten. Arnhem en Vreeswijk zijn er een jaar niet. Maasbracht komt weer terug en er zijn twee groepen van de slechtzienden school van Bartiméus te Zeist.

Met elkaar 422 kinderen in 71 groepen. De groepsgrootte is langzamerhand op plm. 6 kinderen gekomen, wat een fijne verbetering is. De Zandkreek krijgt in 1980 nieuwe ramen in de gehele voorgevel. Alle groepen zitten onder nieuwe lichte dekzeilen en ook het amfitheater wordt hiermee overdekt.


naar boven

1979 Trans Terristisch Centrum

Het Trans Terristisch Centrum zendt de Transterriar dwars door de aarde, waar het in Indonesia uitkomt.
Daar worden de sultan (Piet van Eysden) en de sultane (Anna van der Werfhorst) gechanteerd door de doekoen (Bart Robbers).
Het spel speelt zich af in het amfitheater bij het paleis van de sultan. De boze doekoen wordt met waterballonnen getemd.

De Zandkreek wordt in 1979 voorzien van een brandalarmeersysteem. De slaapzalen worden vertimmerd in slaapunits. Een groot aantal groepen zit onder nieuwe dekzeilen. Het zwemprobleem is eindelijk afdoende opgelost: voortaan gaan we per bus naar het verwarmde buitenbad in Zwolle.


Het Nederlands Zuivelbureau doet voor de twintigste keer mee. In september 1979 wordt het '20 maal zuivelbureau' gevierd met het planten van het Zuivelbos. Burgemeester Dekker plant de eerste boom en de deelnemers aan het leidersweekend de andere 149!


naar boven

1978 Heer Nagel van Nagelholt

Heer Nagel is in conflict met de gilden, die meer invloed wensen. Zendgravin Neelie Smit toe Kroes komt per auto en vertrekt weer per helikopter.
De doedelzakspeler is dag en nacht hoorbaar en de nar (Cor Spek) en de gildemeester (Geert Bethlehem) zijn de nieuwe sterren bij het spelerscorps. De 'Friesche' doet ook in 1978 weer mee. De heren Atsma, Hoornweg van Rij en Kruidenier spelen mee in het openingsspel, niet tot nadeel van de kampkas! Ook het Nederlands Comité voor Kinderpostzegels (mevrouw Mulder) zorgt voor een welkome financiële aanvulling.

De eerste praktische resultaten daarvan zijn een uitbreiding van de waterleiding en nieuwe dekzeilen boven een aantal kampementen.
Nijmegen is dat jaar afwezig, maar de St. Nicolaasschool uit Amsterdam is nieuwkomer.
Er zijn 478 kinderen, verdeeld over 74 groepen


naar boven

1977 Het geheim van de Oude Goudzoeker

Sam de Goudzoeker (Sam de Haan) is door de sheriff (6eerd van de Werfhorst) gevangen gezet. Deze slechte sheriff wil de erfenis van Sam inpikken. De vrouw van Sam (Anna van de Werfhorst) roept de hulp in van de marshall (Bart Robbers), de gouverneur (Jan Groen) en van de cavalerie en haar hoofdman (Ed Koers). Er wordt met lucifers naar bommen gezocht; met een kanon worden de sheriff en z'n hun huis in de Leemkuil verdreven en door de kinderen (67 groepen) gevangen genomen. Het geheim blijkt een recept te zijn dat, door het Zuivelbureau uitgelegd, iets heel gezonds oplevert. Het zwemmen kan weer eens niet doorgaan in 1977, waarvoor judo, paallopen en volksdans in de plaats komt. Voor het eerst wordt het winnaarslied gezongen: 'Wij hebben een prijs gewonnen!'.

Nijmegen blijft dit jaar thuis en Lemmer gaat voor het eerst meedoen.

In het voorjaar van 1977 wordt met behulp van V.O.-internaat Dordrecht het oude amfitheater volledig gesloopt en daarna met gewolmaniseerd hout weer opgebouwd onder leiding van Gerard van Hiele.

Financieel wordt dit mogelijk gemaakt door een gift van het Nationaal Jeugdfonds (Jantje Beton) van 7000 gulden. In dat zelfde jaar gaat de 'Friesche Maatschappij' helpen, zodat de Zandkreek een nieuw dak en het kamp een goede geluids-installatie krijgt.
Verdere verbeteringen dankzij de 'Friesche' zijn de gaskachels in alle ruimten, nieuw plafond in de zaal, een friteuse en RVS aanrechten in de keuken, rekken in het magazijn en een omheining om het sportveld.


naar boven

1976 M.A.G.

In 1976 graaft het Maritiem Archeologisch Genootschap de resten op van het kofschip 'de Gratia' en restaureert het helemaal. De admiraal (Jan Groen) heeft de leiding daarbij, maar wordt dwarsgezeten door graaf Roland (Sam de Haan) met z'n bende. Deze bedreigt aller welzijn door een drakenei te laten uitbroeden in het schip. Karel Knipgraag (Bart Robbers) zorgt voor een goede afloop door een oude kluizenaar (Ed Koers) om hulp te vragen. De 540 kinderen (77 groepen) verzamelen allerlei stoffen en de kluizenaar maakt daarvan de springstof, waarmee het ei in de Kleine Leemkuil onschadelijk wordt gemaakt.

Ter gelegenheid van het 20e kamp zijn een negental volwassenen, die als kind aan het eerste kamp deelnamen.

Donderdagavond is er een openluchtmaaltijd op het weitje van Voerman, waar 693 personen aan mee eten .

De Zandkreek wordt verder verbeterd met het moderniseren van de keuken. De sportdag is op het ijsbaanterrein; zwemmen doen we in Hattem. Arnhem gaat ook weer mee.


naar boven

1975 In d'Olde Molen

In 1975 staat er een een molen bij de Zandkreek, waar de Spullebaas (Jan Groen) en zijn vrouw (Dien van de Akker) hun handel drijven.
De rentmeester (Bart Robbers) probeert de Spullebaas te verdrijven, daar er in de molen een schat verborgen is.
Een vreemde zwerver (Sam de Haan) blijkt later de baron te zijn, die het zaakje weer in orde brengt. De rentmeester roetscht in een net en wordt ter bespuwing rondgereden.
De kaart van de schat zit in de kaas van het Zuivelbureau en zo wordt het geheim van Molecaten opgelost met hulp van de 514 kinderen (74 groepen).
Groningen valt dat jaar af Arnhem is er een jaar niet.Maasbracht is weer terug.


naar boven

1974 Stropers en Boswachters

Het safaripark Zandkreek wordt in 1974 geteisterd door stroper Flierefluiter (Bart), waarbij de bosbrandweer optreedt met wagen en brandtoren. Het pleit wordt beslist door een helikopter van de legerluchtwaarnemersschool, die eerst landt op het weitje van Voerman en dan als de moderne rattenvanger de kinderen de weg wijst naar de Leemkuil, waar de stropers zijn. De helikopter doet een fraaie schijnaanval en de stropers worden gevangen door 517 kinderen (73 groepen). De markt is op het weitje van Voerman, opgevrolijkt door een draaiorgel. De sportdag is dat jaar op het Hattemse ijsbaanterrein.
Het bos is erg kaal na de stormramp. Maasbracht laat een jaar verstek gaan, maar Vreeswijk doet voor het eerst mee.


naar boven

1973 De Verschrikkelijke Sneeuwman

In het Tibetaanse klooster wonen de Dahlia Lamaar en z'n volgelingen. Dokter Cneecel verzorgt de ontwikkelingshulp, maar naar later blijkt, grotendeels ten eigen bate. De journalist Karel Knipgraag ontmaskert hem. Drs. C. Dekker, de nieuwe burgemeester van Hattem, speelt mee in het openingsspel.

In de winter van 1973/1974 waait het halve bos om. De ravage na twee stormen is enorm. In een aantal werkweekends helpen vrijwilligers van internaten en oud-kampgasten mee om de zaak op te ruimen. Het bos aan de andere kant van de Koeweg is echter voor het kamp verloren. Een uitweg wordt gevonden op Molecaten en in het lariksbos.
Het kampgebouw komt zo wel meer centraal te liggen. De kampwaterleiding moet bijna geheel opnieuw worden aangelegd.


naar boven

1972 Olympische woestijnspelen

Dit naar aanleiding van de Olympische Spelen van 1972. Het spel heeft een Oosterse sfeer ieder loopt in witte kaftan met hoofddoek. Er wordt voor het eerst een echte kampfilm met eigen mensen gemaakt en het resultaat mocht er wezen! Het decor is een Oosters paleis, helemaal van witte kalk opgetrokken.
De consul van Koeweit, de heer M. Rabbani, met zijn vrouw opent het kamp, waarin ook sheik Haroem al Rachid en Achmad ben Badmad een rol spelen.

Leeuwarden gaat voor eerst mee en brengt het aantal deelnemers op 567 (75 groepen).


naar boven

1971 Bosvarkens

H.K.H. Prinses Beatrix komt 'toevallig' langs en speelt als zodanig mee in het spel van de bosvarkens. Ze doet een goed woord voor de kinderen bij Harm de Kluizenaar. Deze probeert haar eerst met een hond te verjagen, maar uiteindelijk geeft hij toch toe.
Tio Pepone blijkt later de werkelijke boosdoener en wordt door journalist Karel Knipgraag ontmaskerd. De prinses blijft gezellig theedrinken en napraten in de Zandkreek en gaat daarna alle 67 kampementen langs! Daarbij laat ze haar gevolg soms ver achter zich bij de tocht door de struiken. Bij haar vertrek wenst kampleider Kroon haar 'tot ziens' toe. In het kampspel die week speelt de politie met speurhonden en springpaarden een leuke rol. Ook de Veluwse bosbrandweer geeft een demonstratie. Rotterdam Robbenoord doet voor het eerst mee en het aantal deelnemers bedraagt 536.

Ter spelvoorbereiding wordt er weer een diaserie gemaakt en als afsluiting is er op donderdagavond een klank en lichtspel op Molecaten.


naar boven

1970 Gilden

Graaf Willem de Eenzame weigert de gilden ook maar enige privileges te geven. De gildemeesters Maarten den Hollander en Olivier van Hattem komen aanzetten met alle gilden uit Nederland. Van palen wordt een fraai kasteel met klapbrug gemaakt. Op de internatentocht wordt een diaserie vertoond van de voorgeschiedenis van het spel. Op historische plaatsen worden opnamen gemaakt van de spelers.
Er zijn weer meer groepen: 64 en het kamp telt 524 kinderen.

In die zomer sterft Oom Paul Voerman. Sedert het eerste kamp een stille kracht op de achtergrond, waar velen van de kampleiding een grote morele steun van kregen. Zijn naam leeft nog steeds voort in 'het weitje van Voerman'.


naar boven

1969 Gasbel Saloon

In 1969 bestaat het kamp twaalfeneenhalf jaar. 'Haal ons uit het moeras', was de actiekreet, waarmee geld werd ingezameld om tot een zelfstandige stichting te komen. In dat voorjaar werd opgericht: 'Stichting Nationaal Kamp voor Schipperskinderen'. ledere deelnemende school of internaat stelde zich garant voor een eventueel tekort tot 200 gulden.

Drie van de belangrijkste regels van de statuten: de stichting stelt zich ten doel het organiseren van één of meerdere kampen voor schipperskinderen per jaar: leden van de kampstaf moeten daadwerkelijk aan het kamp deelnemen: elke school en internaat zorgt voor een afvaardiging in de kampraad. De oprichtingsleden waren: R. Dilweg, P. van Eysden, J. Groen, S. de Haan, G. Kroon, J. Kroon, A. Pikard, B. van der Werfhorst, W. de Wit.

Het kampspel ging over Karel Belsoeker die in conflict kwam met Mr. Moneymaker. Cowboy Billie Boem was de vredestichter. Op het toneel het eerste vaste décor: de saloon. De helikopter van de Gasunie landde met een nieuwe boorkop en de gasbel werd aangeboord. Het spel werd voorbereid door een diaserie, gemaakt naar tekeningen van Otto Dicke.
Kees Verkerk opende het kamp door eerst 'het achterste van zijn tong' te laten zien in het amfitheater (hij liet toen z'n nek zien) en daarna op een pony langs alle kampementen te rijden.
Wemeldinge doet weer mee; er zijn 516 kinderen (61 groepen).


naar boven

1968 De Rode Pimpernel

Na het échec van de eerste film werd in 1968 een diaserie gemaakt van het voorbereidende spel. In het leidersweekend wordt het spel van de steeds van vermomming veranderende Rode Pimpernel (Jan Groen) gespeeld, Capitaine Ie Cocq (Sam de Haan) en de Préfect treden als tegenpartij op. De laatste rol wordt gespeeld door Bart Robbers. Wim Kraayeveld leidt het amfitheater. Het décor is weer uitgebreid, de préfectuur staat in hardboard op het toneel.
De Marleruiters leveren de 'gardisten te paard', maar zij spelen het spel op de ver-keerde plaats. En wij maar wachten!

Wemeldinge slaat een jaar over en het aantal deelnemers is dit jaar 472 kinderen, verdeeld over 56 groepen.


naar boven

1967 Graaf Floris

Er wordt steeds meer aan de voorbereidingen gedaan. De kampstaf gaat zich in Culemborg op de hoogte stellen van de historie van Maarten van Rossum.
De eerste kampfilm wordt gemaakt. Deze is echter van zo'n slechte kwaliteit, dat tijdens de vertoning steeds wordt gesproken van 'opnamen uit een heel oud boek!' Er kwam ook het eerste décor op het toneel, een simpel kasteel. Het trio Jan Groen, Sam de Haan en Ad Pikard begint de kampspelen te dragen.
Nijmegen gaat meedoen en brengt het aantal groepen op 66 en het aantal deel-nemers op 532. Er wordt ernstig gepuzzeld aan het optredende verschijnsel van de massaliteit. Zo wordt het thee halen bij de keuken vervangen door zelf thee zetten.
Wanneer precies de officiële jury is ontstaan, is niet meer zo goed na te gaan. Wel telt meester Slump al jarenlang, door niets en niemand uit z'n concentratie te halen!


naar boven

1966 Verenigde Naties

In 1966 gaat Ome Sam voor het eerst mee op de internatentocht, Het aantal deelnemers is gestegen tot 478, verdeeld over groepen. Voor het eerst staan de groepen per plaats bij elkaar. De kamptoeter wordt ingevoerd met vijf signalen: dat daar niet eerder aan gedacht is!! De staatssecretaris van onderwijs, Mr. Grossheide, opent het kamp. Alle plaatsen zijn als een land naar Stereo City gekomen, waar John W. Space in de problemen zit.

Ter gelegenheid van het jubileumjaar geeft Jubal uit Zwolle een muzikale show op het voorplein van huis Molecaten.


naar boven

1965 Van Gend en Loos

Jean Baptist van Gend (Jan Groen) en Maria Loos (Ad Pikard) openen een nieuwe postkoetslijn over de Veluwe, maar een indianenstam (!) poogt dat te verhinderen.

De heer Kügel vertelt op de internatentocht over zijn reis langs de indianenreservaten. Indianen-experts uit Den Haag geven instructie.
Bij de opening staan er drie Teepees en een totempaal op het toneel. Burgemeester Bijleveld en zijn vrouw en gemeentesecretaris Van der Velde worden met de postkoets, getrokken door vier schimmels, van het stadhuis naar de Zandkreek gebracht. Er zijn 464 kinderen, verdeeld over 58 groepen.





Het amfitheater is dit jaar voor het eerst overdekt. De petroleumverlichting is door elektrische lampen vervangen, De chemische toiletten worden nu in een put midden in het w.c.-paleis leeggestort. De vuilnisbakken worden vervangen door papieren vuilniszakken.
De kampwacht krijgt hierdoor nu ook een menselijk bestaan.


naar boven

1964 Granman Aboikoni

In 1964 komt Arnhem erbij. Er wordt voor het eerst een leidersweekend gehouden. lets ook geheel nieuws in dat dit jaar is ook het centraal gelegen w.c.-paleis, waar je met z'n tweeën naar een tentje met een chemisch toilet ging: één om er op te zitten en één om er voor te staan. De tonnenwagen was een gehuurde VW-bus, die de volle emmers naar de stortplaats bracht. De toenmalige kampwacht weet zich nog goed te herinneren, dat de bus een keer een noodstop moest maken...
Nieuw in dat kamp was de internaatstocht, Sédoc, een Surinaamse onderwijzer reisde mee en vertelde over prins, de oerwouden en over zijn korte negerkrulletjes. En er werd ook een film gedraaid over 'Operatie Sprinkhaan', de aanleg van vliegvelden in de bush. De waarnemend, gevolmachtigde minister van Suriname, de heer Ombre, opende het kamp en twaalf echte Surinamers speelden het gehele kamp mee: Granman Aboikoni, Thea, Ome Jan, zijn nog namen met een historie voor de oudgedienden.
Verder dropte de legerluchtwaarnemersschool weer op de heide en er was een compleet Surinaams orkest op de kampvuuravond. De markt was in de Spaanse Graven en de vuurdans in de Kleine Leemkuil. Alle 462 deelnemers zagen de Granman blootsvoets in het gloeiende vuur staan! Ook het lied van 'de Majoor' (Groen) wordt nog wel eens gezongen.


naar boven

1963 Ridder Gijsbrecht

Er komt gelukkig een stabilisatie in het aantal deelnemers; er zijn er 441, verdeeld over 57 groepen.
Bij de opening staan we allemaal op het veldje voor de Zandkreek, rondom de vlaggenmast. Er is een soort toneel gekomen, waarop een tijdmachine en er zijn enkele treden van het amfitheater klaar. Professor Zandhapper, een eerste glansrol van Jan Groen, nam ons mee naar de Middeleeuwen en we beleefden avonturen met een vuurspuwende draak, die 's avonds voorbij kwam daveren. De mentoren kwamen in historische kostuums.


naar boven

1962 Kaap Karnaval

Dit jaar werd er hard gewerkt. Het kamp voorbereiden en het kampgebouw woonklaar maken.



Er waren weer meer kinderen. Sneek viel af, maar Maasbracht en Rotterdam-Mathenesserlaan kwamen er bij. Totaal 447 kinderen, verdeeld over 59 groepen. Er werden latrines gegraven met een zeil er omheen en het bekende 'bezet-vlagje' er bij. Petroleumlampen in de laantjes zorgden voor de verlichting.
Vuilnisbakken uit Rotterdam stonden verspreid in het bos. Er waren luidsprekers voor de communicatie, maar helaas deden ze het niet op de kritieke momenten: wel hadden we voor het eerst eigen tafels en banken en waterleiding op het terrein. Een aantal kampwachten was gelukkig uitgebreid en ze werkten zich te pletter. Tijdens de opening doopte burgemeester Bijleveld het kampgebouw met de door hem uitgekozen naam 'Zandkreek' symboliek voor de ontmoeting van water en land : 'Ik doop u, Zandkreek en wens u een behouden vaart!' en de ballon met water spatte tegen de deur uiteen. Honderden ballonnen stegen op en de legerluchtwaarnemersschool bestookte ze met twee 'pipercups' als onderdeel van het spel.
Bij de mentoren waren een zekere Sam de Haan, Bart Robbers en Henk Nieuwenhuis. Het spel ging over Ir. Maangluurder die per raket naar de maan wilde.
De raket werd gebouwd door de L.T.S uit Zwolle en de markt (de eerste) werd verzorgd door de school voor de detailhandel te Zwolle. De legerluchtwaarnemersdienst dropte vanuit een vliegtuig het ontbrekende onderdeel en 's avonds ging de raket omhoog, per televisie gevolgd tot in de hogere luchtlagen.
Er was nog geen amfitheater en allen stonden bij het slot onder drie dekzeilen in de regen. Het Productschap voor Groenten & Fruit zorgt voor het eerst voor elke dag fruit in het kamp.


naar boven

1961 Ali Si An Kali

In 1961 was het de aardoliemaatschappij Super Plus met Drs. Boomkruyper die op zoek was naar olie. Het aantal deelnemers was ruim het dubbele van het jaar ervoor: 328 kinderen, verdeeld in 43 groepen. Dit kwam doordat Terneuzen, Sneek, Wemeldinge en Dordrecht er bij kwamen. De problemen waren niet gering: kampmeubilair moest provisorisch bijgemaakt worden, de communicatie was leuk uitgedacht met veldtelefoons, maar niemand nam de hoorn van de haak. Dit systeem werd tijdens het kamp vervangen door iemand op een scooter met scheepshoorn te laten rondrijden. Gelukkig waren er dat jaar voor het eerst 5 kampwachten.



Het kamp werd geopend door mevrouw M. A. M. Klompé, minister van Maatschappelijk Werk. Dat jaar kreeg het kamp ook een officiële achtergrond. Het werd een onderdeel van de Raad van Varende Gemeenten der Nederlands Hervormde en Gereformeerde Kerken en er kwam een kampcommissie, die de verantwoording ging dragen. Daarin zaten o.a. de heer Van Deel en Ds. Van Lokhorst.

Burgemeester Bijleveld van Hattem, die bij de opening aanwezig was, gaf het kamp een stuk bos om een eigen gebouw op te zetten. Het kampspel had toen al iets van het spectaculaire van de latere spelen: Arabieren te paard, een boortoren van de Shell en prikken in de Leemkuil naar olie. De N.C.R.V. met name Goos Kamphuis, wijdde een uitzending aan de opening en de landelijke pers schreef er voor het eerst over.


naar boven

1960 Prof. Robinson



Het kamperen was besmettelijk! Na het nationale weekend kwamen de deelnemers in 1960 uit Zwolle, Rotterdam, Amsterdam, Groningen en Leeuwarden. Er kwam meer internaatsleiding mee. Toen al kwam de hulpverleningsgedachte op gang, want professor Robinson werd door het kamp uit de moeilijkheden geholpen.



Het Nederlands Zuivelbureau ging meedoen in de persoon van mevrouw Eekhof. De tenten werden wat eenvoudiger en de groepen kregen een keukendak met banken en schragentafels van de markt. Ze kookten ook voor het eerst per groep in de eigen kampkeuken, En wat sinds het begin nog niet gebeurd was: het onweerde een middag! Er deden 156 kinderen mee, verdeeld over 19 groepen.

naar boven

1959 Monus de Maanman

In 1959 was de animo om mee te doen weer groter. Zesenveertig kinderen, verdeeld in zes groepen speelden het spel van Monus de Maanman. Er werden monumenten gebouwd; ’s morgens werd er begonnen met ochtendgymnastiek; er werd gelopen naar het zwembad; de sportdag was op een weiland. Aan het eind van het kamp was er nog geen druppel ‘kamp’-regen sedert drie jaar gevallen.
De beste twee groepen mochten die vrijdagmiddag blijven. Uit Amsterdam van het Prinsesinternaat en uit Rotterdam van het internaat Prinses Irene kwamen elk twee groepen. In samenwerking met Jan Punt, jeugdleider van de Hervormde Jeugdraad, was deze ontmoeting tot stand gekomen. Het spel ging over Tiba, de bosjesman. In dat jaar verscheen ook de eerste 'Kampkoerier'.


naar boven

1958 Kakau-indianen

Na de opgedane ervaringen was het enthousiasme in 1958 groot. Met vijf groepen stonden we nu vlak bij de Grote Leemkuil. De voorbereidingen waren al wat beter, want elk groepje had al een weekendkamp in Wapenveld gehad.
Lekker primitief, zomaar in het bos, met zelfgemaakte latrine, keuken en houtvuur om op te koken. Het kampspel ging over de Kakau Indianen met het grote opperhoofd Krakatou.
De leiding kwam van de school en de Boegsprietleiding, de vrijetijdsclub van school en inter-naat. Internaatsleiding had domweg geen tijd voor dergelijke zaken, want er was toen nog een zestig-urige werkweek. Ook dit keer kwam de rest van de school op vrijdag en deed mee met het spel.

De eenheid was echter in de vier voorafgaande dagen zo hecht geworden, dat ze min of meer als indringers werden beschouwd.


naar boven

1957 Bosambo-expeditie

In 1957 ging de zesde klas van de Prinses Margrietschool voor schipperskinderen uit Zwolle voor het eerst kamperen op het kampeercentrum "de Leemkule". Er waren vier groepen van acht kinderen: de Sperwers, de Spechten, de Vossen en de Wolven. Dat had nogal wat voeten in de aarde, want kamperen was 50 jaar geleden nog niet zo gewoon als in 2007.

Elke groep had een grote slaaptent met houten vloer en strozakken erin. Er stond ook een grote tent als dagverblijf en daarin werd gekookt en gezamenlijk gegeten. Op vrijdag kwamen de andere kinderen van de school en zij werden de hele dag in het kampspel opgenomen. Dat spel ging over het negeropperhoofd Orang Nasaka. De kampprijs was f 10,- per kind en het was vijf dagen warm! De kampstaf bestond toen uit de meesters Kroon en Slump, mevrouw G. Kroon, Truus Kroon en Rink Tromp.


naar boven
© Copyright 2017 Nationaal Kamp Hattem Design by

WvH

Google+